BEZINNING BIJ ALLERHEILIGEN
Licht uitstralen
Allerheiligen is een feest dat gegroeid is uit de overtuiging van gewone
gelovige mensen. Gelovige mensen voelen aan dat er veel meer heiligen zijn dan
er op de heiligenkalender vermeld zijn. Want wat is een heilige? Hoe kun je
vaststellen of iemand een heilige is?
Een pastoor vroeg het in de godsdienstles. Een van de kinderen antwoordde:
"Mensen die licht doorlaten", het kind dacht aan de gebrandschilderde glasramen
in de kerk. Mensen die licht doorlaten. Heiligen zijn mensen waarlangs het licht
van God in ons leven binnenvalt. En zulke mensen kennen wij allemaal: mensen die
liefde en goedheid, die vrede en vreugde uitstralen. Wanneer je zulke mensen
ontmoet, word je er beter van. Wanneer je in contact komt met een heilige, heb
je de indruk dat God je een beetje nabij is. Het licht dat zij uitstralen, is
niet van hen. Het licht dat de maan uitstraalt komt ook niet van de maan zelf;
het is de weerkaatsing van het grote licht, de zon. Heiligen zijn mensen die op
aarde al een beetje leven aan de andere kant, in een wereld waar andere
maatstaven gelden, in een wereld van innige verbondenheid met God en dienende
liefde voor hun medemensen.
Zulke mensen ervaren wij als een zegen, hen mogen ontmoeten is een genade. Hun
manier van leven nodigt ons uit om ook in die richting te gaan denken en maakt
het ons gemakkelijker te geloven in een goede God. Waar moeten wij nu heiligen
gaan zoeken? Het evangelie wijst de richting aan: het zijn mensen die arm leven
om met armen te kunnen delen; het zijn mensen die treuren om het leed in de
wereld, mensen die een warm hart hebben voor de kleinsten en de zwaksten, die
vrede brengen waar ruzie heerst, die troost brengen waar droefheid heerst.
Heiligen zijn mensen die helen, die heil brengen; ik denk aan moeders die tranen
drogen van kinderen; aan verpleegsters die met een glimlach en zachte handen
naar de zieken gaan. Het zijn mensen die onheil afwenden; ik denk aan mannen die
vrede stichten en opkomen tegen het onrecht dat anderen wordt aangedaan. Het
zijn mensen die het druk hebben en toch altijd dienend klaar staan om anderen te
helpen. Het zijn mensen vlak bij ons, midden onder ons. Ik denk dat je heiligen,
goede mensen, kunt vinden vlak bij je.
Zijn wij zelf ook niet een beetje heilig door de goede Geest van Jezus, die ook
in ons werkzaam is? Wij vormen hier op aarde de gemeenschap van de heiligen,
wanneer wij heil brengen en onheil afwenden, wanneer wij meebouwen aan een
betere wereld, een wereld naar Gods wil.
Zo is Allerheiligen ook ons eigen feest, als wij mensen zijn waardoor Gods licht
in de wereld binnenvalt.
Zij waren in ieder geval solidair
Soms zetten oude dingen je nog wel eens aan het denken. Dat overkomt je bijvoorbeeld
wanneer je op een rommelzolder bezig bent.
Hé, zeg je dan, terwijl je zo'n oud ding in handen neemt. Kijk nou eens.
Dat is nog best te gebruiken.
Hoe heb ik dat nu op zolder kunnen zetten ...
Zo verging het
mij met Allerheiligen.
Ik scharrelde zo'n beetje op de geestelijke rommelzolder. Er stonden allerlei oude, vergeelde portretten.
Theresia van Lisieux,
die bloemblaadjes uit de hemel liet vallen op aarde. Daarachter stond Antonius van Padua,
die het kindje Jezus vooruithield.
Heel boeiend vond ik het schilderijtje van Franciscus, die de scheve kerk van het Lateraan,
de kerk van de paus,
weer op zijn plaats duwde.
Je glimlacht even met dat portret van Treeske in je hand. Bloemblaadjes strooien vanuit de hemel.
Mijn ouders hadden het in de kamer hangen.
Als kind heeft het mij echt ontroerd.
Ik kreeg er bijna tranen van in mijn ogen.
Een heilige die op het einde van haar leven had gezegd: 'Ik wil mijn hemel doorbrengen
met het strooien van rozenblaadjes naar de aarde.' De tranen zijn intussen opgedroogd,
en Theresia van Lisieux staat op zolder.
Tarcisius stond er ook.
Ik pakte zijn portret.
Ja, dat is waar ook.
Die had een heilige hostie de gevangenis in gesmokkeld. En hij was heel erg kuis.
Hoe dat precies zat, en wat het met elkaar te maken had, weet ik niet meer.
De weg naar het geluk Ik weet alleen maar
dat het vroeger diepe indruk op mij maakte. Mijn goede ik zei dan tegen mijn slechte ik: 'Was jij maar zo zuiver als hij.'
Kijk, dat zegt nu niemand meer.
Wij hebben een andere visie op seksualiteit gekregen. Maar het heilig Brood heeft hij toch maar met levensgevaar de gevangenis in gesmokkeld.
En - ik pakte weer even het portret van Treeske - ik dacht: Zij had toch maar het ideaal
in de hemel iets voor anderen te betekenen. Verdraaid nog aan toe,
we hebben toch wel veel op zolder gezet.
Die lieve heiligen hadden toch iets heel hartverwarmende. Ze waren in ieder geval solidair.
Ze lieten je niet in de steek.
Ik vind het groots
in een tijd waarin iedereen de hemel zag als een zelfzalig genieten,
naar een hemel te verlangen
waarin je bloemen kunt geven aan anderen. Breng eens wat vaker een bloemetje mee.
Ja, die rommelzolder.
Je vindt er soms toch mooie dingen.
Ik heb wat mee naar beneden gesjouwd. Ik wilde kijken of er bij u of bij mij
nog een plaatsje voor te vinden is.
Ik hoop niet dat u zegt:
laat in Gods naam die stoffige troep boven. Ik heb het voor u al wat afgestoft.
Het is helemaal zo vuil niet meer.
Want wat ik heb meegebracht,
is dat stuk solidariteit.
Bloemen strooien van uit de hemel.
Zelfs in de hemel
niet alleen aan jezelf denken, maar aan anderen.
Een scheve kerk niet omtrappen, maar helpen recht duwen. Brood smokkelen naar mensen die honger hebben. Anderen niet in de steek laten.
Jezus geven aan wie Hem maar hebben wil. En dat je in een tijd als de onze
elkaar vast moet houden.
Geen scheve kerk omtrappen,
ook niet uit die scheve kerk weglopen. Want dan stort hij in.
Maar samen duwen aan die scheve muren, en blijven duwen. Dat is solidariteit.
Daarom bracht ik van die rommelzolder
een paar dingetjes mee.
Bloemen strooien op de aarde, een scheve kerk rechtduwen,
brood geven aan wie honger heeft, elkaar niet in de steek laten.
Mag dit alles een plaatsje in je leven krijgen?