BEZINNING BIJ DE EENENDERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR.
OM TE ZOEKEN WAT VERLOREN WAS
Als wij de boodschap van het evangelie goed willen begrijpen, kunnen wij ons
afvragen: waar vind ik mij terug in dit verhaal? Gewoonlijk kun je dan
verschillende kanten uit. Zo bijvoorbeeld in dit verhaal kan ik mij terugvinden
in Zacheüs, misschien ook in die menigte van mensen, die morden omdat Hij bij
een zondaar zijn intrek had genomen. Ik zou mij ook kunnen terugvinden in Jezus
zelf. Beginnen we met Zacheüs. Wie was die man? Hij was klein, hij was rijk, een
tollenaar, een boomklimmer, een zondaar, een marginaal, een vriend van Jezus. In
hem vinden wij ons gemakkelijk terug. Ook wij leven in welstand. Maar ons hart
is misschien even leeg als het zijne. Wij zoeken en trachten ook te zien wie hij
is. Wij zouden best in een vijgenboom willen klimmen om onze oppervlakkigheid te
overstijgen, om los te komen van onverschilligheid, en om door Jezus
aangesproken te worden.
Misschien rekenen wij ons bij de massa die Jezus omstuwde, en morren ook wij
omdat Jezus bij een zondaar zijn intrek nam. Morren wegens de goedheid van de
Heer tegenover zondaars, dat is nooit goed want dan maak ik mezelf tot eerste
slachtoffer omdat de vrede uit mijn eigen hart verdwijnt.
En dan Jezus, de derde persoon in dit verhaal. Wij durven bijna niet te zeggen;
zijn als Jezus en toch... Konden wij maar een beetje zijn zoals Hij.
Oog hebben voor kleine, eenzame mensen. Voor mensen die Hem nodig hebben is Hij
daar. Hij wacht niet tot Hij geroepen wordt. Hij zoekt de mensen op waar zij
leven en neemt hen zoals zij zijn. Niemand van ons heeft zich hopelijk
aangesloten bij de menigte rondom Jezus: zij die morren, waar ze het goede zien
gebeuren. Heen, zo willen wij niet zijn.
Voelen wij ons wel goed thuis in de huid van Zacheüs, dan is ons heil ten deel
gevallen. Zoals Zacheüs zullen wij ons bekeren om van ons bezit te delen met de
anderen en alles weer dubbel en dik goed te maken voor hen die we tekort hebben
gedaan. Wij zullen ons opgeroepen voelen om meer dan "onze plicht" te doen.
Jezus zal te gast zijn in ons hart en Hij zal ons leren oog te hebben voor het
kleine en het zwakke.
En ook een beetje zijn als Jezus, opdat wij zoals Hij een open oog zouden hebben
voor de eenzaamheid van de anderen, een open hart om met eenzamen aan tafel te
gaan, om mensen uit te nodigen, om te gaan zoeken wat verloren is.
In het evangelie gebruikt Jezus twee keer: 'vandaag'. Vandaag moet Ik bij u te
gast zijn, vandaag is dit huis heil ten deel gevallen. Vandaag, dat is actueel,
niet gisteren en ook niet morgen. Het heil zal ons vandaag ten deel vallen,
vandaag wil Jezus onze gast zijn, Vandaag gebeurt het heil in de ontmoeting van
Jezus met mij, in de ontmoeting met de anderen Vandaag komt Hij mij zoeken om
mij te redden...