BEZINNING BIJ DE EENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR
DE KERK VAN CHRISTUS
Christus ja, de Kerk neen!
Als wij over zulke uitspraken nadenken merken wij dat we alleen spreken over de menselijke kant van de Kerk. En men ergert zich zoveel aan het menselijke dat wij het goddelijke vergeten. Zeker de Kerk draagt nog een pelgrimsmantel bedekt met het stof van deze wereld. Er is nog zo weinig te zien van de koninklijke bruiloftsmantel die verscholen zit onder de flarden van het half vergane bruiloftskleed.
De Kerk is echter meer dat een instituut, meer dan een menselijke instelling. Het is ook de Kerk van Christus. Zij is een geschenk van Christus voor de wereld. Christus heeft de mensen willen betrekken bij de opbouw van zijn Rijk in deze wereld. De Kerk is Gods volk onderweg. Zeker is de Kerk niet zoals Jezus ze droomde, ze is gebouwd op zwakke en zondige mensen, zij is nog altijd onderweg.
Dit evangelie zegt ons heel duidelijk dat Hij de Kerk heeft willen bouwen op mensen zoals Petrus. Eén zaak zou Jezus zeker niet willen: een plaats waar alleen heiligen thuishoren. Hij heeft willen leven en werken met mensen zoals Petrus, opdat zou blijken dat zijn Kerk leeft vanuit de kracht van zijn Geest. Jezus heeft de Kerk gebouwd op Petrus en de apostelen. Waar Petrus is, daar is ook de Kerk van Christus. Zij zijn niet te scheiden. Petrus heeft van Christus een drievoudige taak ontvangen. Petrus is de rots van eenheid en de bewerker ervan! 'Wie u hoort, hoort Mij', zegt Jezus.
Petrus is ook de broeder die de anderen in hun geloof moet sterken: 'Petrus Ik heb voor u gebeden opdat uw geloof niet zou bezwijken, en gij, bevestig ook uw broeders'
Tenslotte moet Petrus ook de schapen met liefde leiden en. allen. \rv één schaapsstal samenbrengen opdat riet kan worden één schaapstal en één kudde Zeker, de Kerk is nog altijd in ballingschap, zij is nog niet zoals Christus ze droomde, zij zal voortdurend geleid worden door de woestijn en gezuiverd worden door beproevingen Als Christus altijd bij de Kerk blijft, ondanks alle menselijke tekorten, dan mogen wij ons ook niet ergeren aan haar zwakheden.
Wij moeten wel beseffen dat wij de Kerk zijn, wij zijn geen buitenstaanders. De Kerk dat zijn wij. Als wij dat goed beseffen dan zouden wij toch wel een beetje voorzichtiger zijn met onze kritiek; dat zou ook een aansporing zijn om ons in te zetten dat deze Kerk van Christus op aarde, meer en meer het gelaat van Christus zou verduidelijken en dat zijn koninkrijk van vrede, van liefde en barmhartigheid ingang zou vinden in de harten van de mensen.