BEZINNING BIJ HET FEEST VAN DE HEILIGE FAMILIE
Familie, kerk in het klein
Vandaag vieren wij het feest van het heilig huisgezin, de H. Familie. Het is zinvol ons ééns per jaar te bezinnen over het gezin.
Het heilig huisgezin tot voorbeeld stellen voor onze gezinnen is heel moeilijk. Tweeduizend jaar zijn moeilijk te overbruggen. Het beeld dat wij vandaag van het gezin hebben is anders. De één ziet het gezin nog steeds als een vaste levensvorm tussen man en vrouw en eeuwigdurend. Anderen proberen nieuwe vormen die niet strikt gebonden zijn aan een man-vrouw relatie, niet voor altijd. Vroeg of laat zal de Kerk een antwoord moeten geven op deze problemen, maar voor het ogenblik blijft het erg moeilijk omdat we duidelijk in een overgangsperiode zijn.
Anderzijds zijn de verwachtingen op een gezond huwelijksleven in deze tijd hooggespannen, omdat het tot hiertoe de ideale levensvorm is waarop heel de maatschappij gefundeerd is. Elke politieke partij heeft een gezinsprogramma, psychologen en pedagogen trachten de gezinnen bij te staan en te helpen en de Kerk noemt het gezin de kleinst mogelijke samenleving, maar ondertussen blijven de problemen bestaan. De levensverwachting stijgt; wat doen we met onze bejaarden? Wat gaat voor: het kind of het werk? Volgens welke waarden voeden wij onze kinderen op? Meer vragen dan antwoorden!
En wat zegt de Kerk? Misschien heeft het huisgezin van Nazareth ons toch nog iets te zeggen. Ook daar is alles niet zo romantisch en idyllisch verlopen als vrome prenten ons doen geloven.
Maria en Jozef ook hebben hun problemen gekend en moeten oplossen: de geboorte in Betlehem, de vlucht naar Egypte, het verlies van Jezus in de tempel te Jeruzalem, maar Maria en Jozef hebben er samen over gepraat.
Problemen uitpraten, er over praten dat is de eerste goede raad voor elk gezin. Samen overleggen hoe men verder moet gaan, in plaats van elkaar te verwijten en de schuld te geven. Een tweede goede raad: respect hebben voor ieders eigenheid en vertrouwen hebben in elkaar. Laat het eerste en laatste woord tot elk lid van het gezin zijn: ik hou van je, je mag zijn zoals je bent. Zeg het tegen je kinderen, je grootouders, je partner. Daar waar liefde is en vriendschap, daar is God en God hebben we nodig. Zoals Maria en Jozef op Gods leiding vertrouwden, zo moeten wij het ook doen. En zoals God Maria en Jozef nabij was, zo mogen wij, gelovige christenen, erop vertrouwen dat God ook ons nabij blijft met Zijn liefde in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid, in voorspoed en tegenspoed. Waar het op aan komt is dat wij putten uit de bron van liefde die God zelf is. Als wij het vandaag moeilijk hebben in onze gezinnen komt dat misschien door wat de profeet God laat zeggen: "Zij hebben mij de bron van levend water verlaten en hebben zich putten gegraven in de woestijn, die geen levend water kunnen bevatten".