BEZINNING BIJ HET FEEST VAN DE HEILIGE FAMILIE
FUNDAMENT VAN DE GEMEENSCHAP
Het is moeilijk om vanuit het evangelie over de familie te spreken. Over de H. Familie wordt in het evangelie alleen gezegd dat Jezus zijn ouders onderdanig was. Onze tijd dwingt ons wel om afstand te nemen van een idyllisch beeld van de familie. Zeker blijft de familie altijd wel het fundament en de bakermat van de gemeenschap, maar het is geen rots in de benadering, want het gezinsleven verandert met de tijd en met de samenleving. Tegenwoordig kennen wij huwelijken op proef, samenwonen voor het huwelijk, gewilde kinderloze gezinnen, gescheiden families, homogezinnen In ons families werken beide partners, de kinderen zijn ver op school, de vrijetijdsbesteding is verschillend en de grootouders verblijven in een bejaardentehuis. Zo is onze tijd, zo onze families. Eigenlijk moeten wij ons over dit alles niet zo ongerust maken. De kinderen klagen dat de ouders hen niet begrijpen, de ouders van hun kant zeggen dat ze niet meer meetellen en de oma's zuchten dat het vroeger zoveel beter was. De Griekse filosoof Plato klaagde 2000 jaar geleden al dat de jeugd zo slecht was: ze gedroegen zich niet deftig aan tafel, hun houding was ongemanierd en ze verorberden gulzig hun eten. Tegenwoordig is de jeugd niet slechter, maar 'anders'.
Beter dan een diagnose op te stellen, is het zoeken naar een therapie voor de gebroken gezinsrelaties in deze tijd, een therapie voor de verschraling van de liefde. De schriftlezingen van deze zondag zijn geschreven voor een heel andere maatschappij en cultuur. Toch is de hoofdzorg dezelfde gebleven: de liefde. God neemt de mens zoals hij is en daarom moeten ook wij elkander aanvaarden zoals we zijn. Als wij in liefde 'ja' zeggen tot elkaar, kunnen wij vele problemen oplossen. Wij zeggen bijna altijd 'ja' tot onszelf, proberen wij dan ook 'ja' te zeggen op de eigenaardigheid van de anderen. Wij moeten de ander laten zijn zoals hij/zij is. Voor iedereen geldt het woord: 'je mag zijn die je bent, om te worden zoals je zou moeten zijn, maar op een tijd en een wijze die je zelf kiest.' Het is een woord van liefde dat gemeenschap en geborgenheid schenkt. Dat is ook het woord dat de Schepper aan ieder van ons zegt. In een goed gezin is iedereen een partner, die de ander aanvult en waarop de anderen aangewezen zijn. Zo groeit geborgenheid, geestelijk evenwicht, een vaste bodem onder de voeten, een beetje nest warmte die wij allen nodig hebben. Ik hoorde over een overledene eens zeggen: "Hij was een goed christen, maar als mens deugde hij niet". Een goed christen moet op de eerste plaats een goed mens zijn. Een christelijk huwelijk moet op de eerste plaats een aangenaam huwelijk zijn.