BEZINNING BIJ DE HEILIGE PETRUS EN DE HEILIGE PAULUS
Op 29 juni wordt het feest van de Heilige Apostelen Petrus en Paulus gevierd, dit jaar dus op een zondag.
Petrus en Paulus gelden als de fundamenten waarop de1 kerk stevig gegrondvest is. Volgens de evangelies was Petrus de eerste van de Twaalf. Deze visser uit Kafarnaüm aan het meer van Galilea was de eerst geroepene en hij heeft wellicht een belangrijke rol gespeeld bij het weer verzamelen van de leerlingen na Jezus' dood en bij het totstandkomen van het paasgeloof. Zie Marcus 16, 7: 'Ga tegen zijn leerlingen en tegen Petrus zeggen: Hij gaat u voor naar Galilea, daar zult u hem zien'. Volgens Matteüs werd hij door Jezus aangesteld tot 'steenrots' van de kerk. Hij was zonder twijfel de leidersfiguur van de Palestijns-joodse kerk van Jeruzalem.
Paulus was een schriftgeleerde, afkomstig uit het jodendom in het Romeinse milieu van Klein-Azië. Als vurig ijveraar voor de Tora heeft hij de eerste kerk vervolgd, maar na zijn roeping wordt hij een nog vuriger verkondiger van Christus. Onder zijn impuls en dankzij zijn reizen door de hellenistische wereld komt er een doorbraak naar de niet-joodse volkeren. Paulus werd 'de apostel der heidenen'.
Petrus en Paulus vullen elkaar aan. Zij hadden een verschillende achtergrond en visie, hebben conflicten uitgevochten, maar hun gemeenschappelijk geloof in Jezus hield hen samen en bracht hen telkens weer bij elkaar. Volgens de traditie zijn zij samen de marteldood gestorven in Rome. Vanaf de eerste eeuwen werden zij op dezelfde dag gevierd. Oorspronkelijk waren er op 29 juni twee vieringen in Rome; één op het graf van Petrus in het Vaticaan, en één op het graf van Paulus op de weg naar Ostia. In de achtste eeuw werd de viering om praktische redenen over twee dagen gespreid.
Zijn Petrus en Paulus de twee steunpilaren waarop de kerk gevestigd is, zij waren beiden ook zelf stevig gegrondvest op het ware fundament van de kerk, Jezus Christus. Dat maken de lezingen duidelijk. Petrus deelt het lot van zijn lijdende Heer en wordt door hem bevrijd. Hij belijdt zijn geloof in Christus, de Zoon van de levende God. En Paulus getuigt dat het de Heer is die hem terzijde heeft gestaan en die hem de kracht heeft gegeven zijn ambt als prediker van het evangelie ten einde toe te vervullen.
In de eerste lezing van deze feestdag is Petrus één en al kracht. In zijn gevangenis vallen de kettingen van hem af en er gaan poorten voor hem open naar de vrijheid toe. Geloof geeft kracht. In een interview brengt de Amsterdamse wethouder Fatima Elatik die kracht als volgt onder woorden: Al die zelforganisaties van moslims zijn ontstaan uit de overtuiging dat je geen mensen aan de kant mag zetten. Ze proberen maatschappelijke gaten te vullen, soms op een heel amateuristische wijze, maar met het hart. Ik heb heel veel respect voor de mensen van de eerste generatie die weinig geschoold waren en die toch in staat zijn geweest om scholen, moskeeën en maatschappelijke organisaties neer te zetten. En die nu met hun buurtbewoners aan de slag gaan. Ze delen elkaars vreugde en eikaars pijn. Ik vind dat ook de christelijke kerken daar een heel belangrijke rol in hebben gespeeld. De rol die de kerken hebben gespeeld in de jaren zestig en zeventig, met de opvang van de eerste mensen, dat zullen de mensen van die eerste generatie nooit vergeten. En ik zou toch zo graag willen dat de kerken die taak weer opnemen.
Fatima heeft zelf geloofskracht en ze wil die kracht weer doorgeven aan de christelijke kerken met dat ene zinnetje: 'Ik zou toch zo graag willen dat jullie'.
Paulus, evenknie en tegenpool van Petrus, neemt in de tweede lezing het woord kracht letterlijk in de mond: 'De Heer heeft mij terzijde gestaan en mij kracht gegeven'. Paulus kreeg kracht van boven om in alles de broeder te zijn van Petrus, de twee steunpilaren van de jonge kerk, Petrus van de joden, Paulus van de heidenen in het christendom. Maar Paulus kreeg ook kracht van boven om zijn broeder Petrus tegen te spreken als dat nodig was. Paulus sprak tegen toen Petrus de joodse traditie als alleenzaligmakend beschouwde voor het nieuwe christendom, met besnijdenis en al, een ritueel dat de toegetreden heidenen niet kenden en niet wilden. Petrus en Paulus mogen in deze een voorbeeld zijn voor de kerk van onze dagen: broeders en zusters in het geloof mogen elkaar tegenspreken in hun zoektocht naar de waarheid. Daar kunnen ze alleen maar meer broeder en zuster van worden.