BEZINNING BIJ HET HEILIG SACRAMENT
Veertig jaar lang zijn de joden, met Mozes aan het hoofd van dat trekkende volk, onderweg geweest, eerst als vluchtelingen, later als asielzoekers. Ze zochten een land om te wonen en toekomst voor hun kinderen. Het was een echte en barre woestijntocht: heel dikwijls leek God hen te zijn vergeten. Dan stikten ze van de honger en de dorst. Maar wanneer ze dachten dat ze niet meer verder konden, liet God manna regenen; brood uit de hemel noemden ze dat. Of Hij liet water komen uit de rotsen. Ze waren dan zielsblij, en dankten hun God. Wanneer ze zich eindelijk gevestigd hebben in Kanaan, een heerlijk groen en vruchtbaar land, waar zij, hun kinderen en hun vee niks meer tekortkomen, zijn de rollen omgedraaid. Nu lijken zij God te vergeten.
Wat je nu dikwijls ziet, was ook toen ook al: welvaart maakt blind en doof voor God. En wanneer ze gaan denken dat volop eten en drinken gelukkig maakt, leren ze van Mozes (en Jezus zal hem dat later nazeggen): een mens leeft niet van brood alleen, en vergeet niet God te danken.
Een mens leeft niet van brood alleen. Waar een mens wel van leeft, of opleeft, dat is wat Jezus voorleefde: Hij had echt belangstelling voor mensen. En daar knapt een mens van op. Hij had sympathie voor de sukkelaars, een open oog en oor voor zieken. Hij nam het op voor kinderen die nog niks presteerden, maar nog onbevangen in het leven stonden. Zijn eerbied voor God liet Hij zien in zijn aandacht voor mensen. Hij liep niet met een boog om melaatsen heen, noemde ziekte een noodlot, en geen straf van boven. Hij maakte niemand bang met God, maar noemde Hem zijn en onze Vader. Hij deed nooit uit de hoogte, beurde mensen op, daagde hen soms uit. Velen hingen aan zijn lippen, want als Hij iets zei, kon je daarmee vooruit. Ze dronken zijn woorden in, ze voeden zich met wat Hij zei, ze konden erop teren. En toen Hij zei: 'Ik ben het brood uit de hemel', wisten zijn volgelingen wel wat Hij bedoelde. Maar velen zeiden: 'Hoe kan iemand nu zichzelf te eten geven? Die is gek'. Maar degenen die Hem begrepen, zeiden: 'Zo is het. Hij voedt ons. Hij is vitamine voor ons hart. Wie zijn kracht zoekt bij Hem, en zijn dorst lest bij Hem, die heeft toekomst en eeuwig leven'.
Al kort na Jezus' dood begonnen zijn leerlingen 's zondags samen te komen om te luisteren naar verhalen over Hem. Daar deden ze inspiratie en kracht op. En dan braken ze het brood om Hem eerbiedig te gedenken en niet te vergeten wie Hij was en hoe zij zouden moeten zijn.
Maar zoals de joden na verloop van tijd, in goeie doen geraakt, God dreigden te vergeten, zo vergeten velen in onze dagen Jezus te gedenken. We leven dikwijls te veel van brood alleen, en voeden ons te weinig met Hem en zijn woorden. Ieder jaar opnieuw vraagt Sacramentsdag Hem te gedenken die voedsel is op onze levenstocht.