BEZINNING BIJ DE ELFDE ZONDAG DOOR HET JAAR

Heilig Sacrament

 

In het verhaal uit de eerste lezing horen we dat Mozes aan het volk de tien geboden van God voorleest. Hij zegt: 'Als jullie trouw zijn aan deze regels, zal JHWH trouw zijn aan jullie'. En dit verbond bezegelt hij met het bloed van een geofferd dier. Mozes zegt, terwijl hij het volk met bloed besprenkelt: 'Dit is het bloed van het verbond tussen God en jullie. Houd je aan zijn geboden, en je blijft vrienden voor het leven'. Zo werden God en het volk bloedverwanten, bondgenoten.

 

Jezus was een mens van God, een echte bondgenoot, die zich hield aan de weg die God in zijn geboden had gewezen. Hij was brood voor hen die hongerden naar leven, en hunkerden naar liefde; Hij was drinken, bron van levend water, voor hen die dorstten naar geluk. Zijn leven lang gaf Hij zich weg. Hij eerde God door eerbiedig om te gaan met mensen, allerlei mensen, vooral de minsten. De keuzen die Hij maakte, kostten Hem al gauw het leven; godsdienstige leiders voelden zich bedreigd door zijn ruimhartige manier van denken en doen. Veel mensen liepen met Hem weg, en wilden niet meer luisteren naar de oude leiders, en minder leven naar de oude tradities. Daarom was Hij bedreigend, en werd Hij verdacht gemaakt, een soort oproerkraaier genoemd. En Hij die anderen nieuw leven gaf, verloor daardoor zelf het leven. Hij werd geslachtofferd.

 

De avond voor zijn dood vierde Hij met zijn vrienden Pasen; aan tafel herdachten ze hoe JHWH een verbond aanging met het volk, wat indertijd met bloed van een geslachtofferd dier werd bezegeld. Het bloed van het oude verbond.

Die gedenkwaardige laatste avond nam Hij, het oude verbond gedenkend, brood en beker. Hij brak het brood, en Hij die brood was voor hen die hongerden, hunkerden naar leven, Hij die nu zelf gebroken zou worden, zei, terwijl Hij het brood deelde: Dit is mijn lichaam, dit is mijn leven, dit ben Ik ten voeten uit. Zo moeten jullie ook zijn, zei Hij erbij, zo moeten jullie ook doen.

En daarna nam Hij de beker, reikte die aan hen over, terwijl Hij zei: Dit is mijn bloed, het bloed van het nieuwe en altijddurende verbond; het is mijn leven, voor jullie geofferd. Als je ervan drinkt, wordt je mijn bloedverwant, en moet je als mijn bondgenoot doen wat Ik jullie heb voorgedaan.

 

Telkens wanneer wij zijn brood delen, worden wij gesterkt, maar wordt ons ook gevraagd de honger te helpen stillen naar geluk dat zoveel mensen nog ontbreekt. En elke keer wanneer wij zijn beker delen, sterkt Hij ons, en vraagt Hij ons als zijn bloedverwant en bondgenoot hun te drinken te geven die dorsten naar een menswaardig bestaan.

 

Bij sacramentsprocessies, vroeger, kwam er eerst een stoet mensen en helemaal achteraan de monstrans, het Allerheiligste. Misschien zou het zinvoller zijn het juist andersom te doen. Hij die voorop ging in breken en delen, zou de stoet moeten openen, en dan wij die Hem achterna leven, die Hem daarin moeten volgen.