BEZINNING BIJ KERSTMIS
Hij geeft hun het vermogen om kinderen
van God te worden
Waarom wij op deze kerstavond samen gekomen zijn, zegt ons de engel: "U is een
Heiland geboren, Christus de Heer". Wat een boodschap! Deze wereld, hoe duister
hij ook is, is niet van God verlaten. Ook wij, hoe hopeloos wij ook soms zijn,
God is ons nabij. Dat is de vreugdeboodschap: God met ons!
In opvallend contrast met deze vreugdeboodschap van de engel staan de woorden
van Lucas: "Zij wikkelden het kind in doeken en legden het in een kribbe, omdat
er voor hen geen plaats was in de herberg". Zoals ook Johannes zegt: "Hij kwam
in zijn eigendom en de zijnen namen Hem niet aan". Waarom er voor het kind geen
plaats was zegt Lucas ons niet, maar wij kunnen het vermoeden. Aan twee arme
mensen als Maria en Jozef konden de cafébazen niets verdienen. Allen hadden het
zo druk, dat ze niet wilden lastig gevallen worden. De buurman moet hen maar
helpen.
In onze herberg, in onze wereld, is er ook vandaag nauwelijks plaats voor de
Heer. In de zakenwereld is geld de enige God, alles is geoorloofd als er maar
geld te verdienen valt. In de politiek is God overbodig. Godsdienst is privézaak
en God staat buiten op straat In de persoon van de asielzoeker is Hij nog altijd
op zoek naar een herberg. In de ziekenhuizen en bejaardencentra staat Hij nog
altijd op de lange wachtlijst en zelfs voor kinderen is er in onze samenleving
slechts één berekend plaatsje. Het klinkt allemaal erg negatief, maar vandaag
horen wij boven het negatieve uit een vreugdeboodschap: "Aan allen echter die
Hem wèl aanvaarden gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden". Als vele
mensen tegenwoordig God niet meer in hun leven aanvaarden, hangt dat samen met
onze moderne tijdsgeest. Het komt voort uit een algemeen verzet tegen alles wat
de zelfstandigheid en vrijheid bedreigt. Iedereen wil autonoom zijn. Mensen
willen niemand boven zich hebben die hun leven bepaalt. Daarom zijn de kinderen
opstandig, gaan ze alleen wonen. Het verzet tegen de godsdienst moet men zien
binnen dit algemeen onbehagen. Maar wat zien we ook: geadopteerde kinderen,
zodra zij tot volwassenheid komen, gaan naar hun echte vader zoeken; zij willen
die band niet missen met hun levensroots. Zo zien wij ook dat steeds meer
jeugdigen, die zijn opgevoed alsof er geen God is, als zij volwassen worden, op
eigen houtje naar de diepere grond van hun bestaan gaan zoeken. Ik denk dat er
tegenwoordig heel wat mensen geloviger zijn dan wij wel denken, dat onze jeugd
weer veel meer bezig is met de diepere waarden van het leven. Zoals jongeren
vaak pas op latere leeftijd een echte toegang tot hun ouders krijgen, zo zoeken
zij opnieuw contact met God. Voor hen vooral geldt vandaag de Blijde Boodschap:
"Aan allen die Hem wel aanvaarden, geeft Hij het vermogen om kinderen van God te
worden".