BEZINNING BIJ HET FEEST VAN DE
TENHEMELOPNEMING VAN MARIA
Maria Tenhemelopneming
15 augustus 2010
Wees gezegend
De schriftlezingen van dit feest zijn visionaire teksten die de overtuiging
vertolken dat God partij kiest voor de zwaksten en dat Hij met behulp van kleine
mensen grote dingen doet. Dat visioen van vrede en gerechtigheid wordt op deze
feestdag samengebald in de gestalte van Maria, door Elisabet 'gezegend onder de
vrouwen' genoemd. Zoals Jezus is ook zij met heel haar wezen tot voltooiing
gekomen bij God.
VERVULDE ROEPING
In de twee lezingen staan vrouwen centraal.
Dat gebeurt niet zoveel in onze liturgie.
Maar wat het nog meer bijzonder maakt:
deze vrouwen zijn zwanger.
Laten we eens dichtbij gaan kijken.
In de eerste lezing zien wij een zwangere vrouw.
De zon bekleedt haar, de maan is aan haar voeten.
Er is geen dag en geen nacht voor haar.
Zij is de dag, zij is de nacht.
Zij verkeert in een weinig vreugdevolle situatie,
zij zit in een crisis.
Vooreerst omdat ze in barensnood is.
En een bevalling vergt het uiterste van een vrouw.
Alles in haar lichaam zegt: erop of eronder.
En of dat nog niet genoeg is:
zij wordt ook van buiten af belaagd.
Niet door mensen.
Nee, zij vindt een draak tegenover zich.
Een enorm monster met zeven koppen, tien horens,
en een reusachtige staart,
waarmee het eenderde van de sterren wegvaagt.
De draak is het beeld van het kwaad en het verderf
dat in onze wereld heerst.
De zwangere vrouw staat tegenover
het grote kwaad van de wereld.
De lezing laat het aan ons over dit verder zelf in te vullen.
En wij zijn dan geneigd te denken
aan het kwaad dat onze wereld
en onze kinderen bedreigt:
de vergiftiging van ons drinkwater, onze lucht,
onze bloemen, onze groente,
onze zee, ons fruit.
En het schreeuwende onrecht,
dat tallozen van onze medemensen wordt aangedaan.
Want waarom mogen de pasgeborenen in zoveel landen
niet vrij en blij leven zoals wij?
Het is de grote vraag:
wie zal er winnen?
De vrouw, of het kwaad?
Wie zal zijn roeping vervullen?
In de eerste lezing wordt ons verteld dat de vrouw het zal winnen.
Zij baart haar kind.
En God ontfermt zich over het pasgeboren kind,
en de vrouw vindt haar toevlucht in de woestijn.
Uiteindelijk overwint het leven.
Dat is de boodschap die Johannes ons geeft in dit verhaal.
In de evangelielezing zien wij twee vrouwen.
Maria, drie maanden zwanger,
bezoekt haar nicht Elisabet,
die zes maanden zwanger is.
Het is een vreugdevolle ontmoeting.
Je kunt het je ook voorstellen.
Twee familieleden die elkaar niet zo vaak zien
hebben een belangrijke ervaring te delen:
de ervaring zwanger te zijn.
De ervaring van een veranderend lichaam
en van een ander leven onder je hart.
De ervaring van midden in de schepping te staan.
Leven dragen, leven voelen.
Misschien is het dat, wat een vrouw meer gevoelig maakt
voor de problemen, waar de schepping voor staat.
Zij heeft een kind ter wereld te brengen,
en zij vraagt zich meer dan wie ook af:
heeft dit kind kans op echt leven?
Maria heeft dit doorzien.
Zij doorziet de schandalige structuren,
die voor een mensenkind het leven onmogelijk maken.
Zij doorziet het onrecht, dat aan een kind wordt gedaan.
Maar zij ziet in haar geloof ook:
dat God daarmee niet akkoord gaat.
In haar Magnificat zegt zij haar geloof uit.
God staat aan de kant van de verdrukten,
van de armen, van de ontrechten.
Maria bezingt een God die duidelijk partij kiest.
God heeft oog voor de vernedering van de dienstmaagd,
voor de kleinheid van de geringen.
Het zijn deze vernederde, onterechte en verworpen mensen
die God in aanzien zal stellen. Het is hun lot,
en niet dat van de welgestelden dat de Eeuwige zich aantrekt.
En daarmee prijst zij de Heer.
Daarmee durft zij het aan.
Daarmee wordt zij de moeder van haar eerstgeborene.
Daarmee vervult zij haar roeping.
Laten wij altijd Maria hoog in ere houden.