HERDENKING SLAG BIJ DE EDEMOLEN VAN 7 OKTOBER 1914.

Ieder jaar op 7 oktober is er aan het monument van de Edemolen een herdenkingsplechtigheid door de vriendenkringen en gepensioneerden van de vroegere Rijkswacht en het gemeentebestuur van Nazareth.

Er is eerst een plechtigheid en bloemenhulde aan het monument ter nagedachtenis van de gesneuvelden en nadien een eucharistieviering in onze kerk van Nazareth. Telkens opnieuw komen er verschillenden uit alle windstreken van ons land om stil te staan bij de Slag van de Edemolen en bidden om vrede in onze wereld dat zoiets nooit meer gebeurd.

Enkele foto's van herdenking 2010. (meer foto's zie linken onderaan...)

 
HERDENKINGSPLECHTIGHEID EDEMOLEN
 
 
 
 
 
Dit jaar zullen de gesneuvelden van de Rijkswacht herdacht worden op donderdag 7 oktober 2010 in samenwerking met de Vriendenkringen van de gepensioneerden.
 
 
 
De plechtigheid verloopt als volgt:
15.00 u. Ontvangst in de raadzaal van het gemeentehuis.
15.30 u. Herdenking en bloemenhulde aan het monument Edemolen,  
              georganiseerd door de vriendenkringen van de 
              gepensioneerden van de Rijkswacht.
16.20 u. Kerkelijke plechtigheid in de dekanale kerk van Nazareth
              met het koor Pandora.
17.15 u. Receptie in de Zwaan.

EDEMOLEN ( 7 oktober 1914).

 

 

 

In het begin van de maand oktober 1914 werd de Duitse opmars in de richting van Parijs bij de Marne gestopt en de belligerenten zetten koers naar de zee; de ontruiming van het Belgische leger van Antwerpen is begonnen. Sedert het einde van augustus zijn de troepen van Oost- en West-Vlaanderen onder bevel van Luitenant-generaal Clooten dagelijks in contact met de Duitse verkenningseenheden.

 

 

 

 

 

 

Die 6de oktober 1914 krijgt een sterk Duits detachement onder bevel van majoor Von Tannstein en gekantonneerd te Aalbeke de opdracht: " de lijn Deinze- Tielt- Torhout te verkennen en de spoorwegen van Gent-Kortrijk en Gent-Oudenaarde te vernietigen. » (1) (vertaling)

Hij vertrekt in het begin van de namiddag en stoot op een deel van het eskadron van de Burgerwacht te paard van Luik onder bevel van commandant Puck Chaudoir geholpen door de automitrailleur van luitenant Oor. Terwijl Van Tannstein in de SpitaaIs Bosschen bivakeert, keert Chaudoir naar zijn kantonnement te Nazareth terug; kapitein Frémault die het peloton wielrijders van de groep Blondiau beveelt en die door de automitrailleur van luitenant Vigneron gesteund wordt, is gestationeerd te Zwijnaarde; hij wordt van de nadering van de Duitse colonne verwittigd.

 

 

 

(1) OOR, Le ambat d'Eedemolen, Bulletin BeIge des Sciences Militaires, mei 1934, blz. 410.

Op 7 oktober 1914 verlaat Chaudoir Nazareth in de richting van Kruishoutem en Wortegem. Dank zij de inlichtingen verschaft door de bevolking, lokaliseert hij de vijand en ziet hij het begin van zijn verplaatsing naar het oosten; hij vreest voor zijn kantonnement en stuurt zijn ruiters terug naar Nazareth, zelf houdt hij de vijand nog een tijdje in het oog. Bij zijn terugkeer, rond 10.30 uur, ontmoet hij Frémault op het kruispunt van Lozer; samen beslissen ze dat Chaudoir zich naar Huyse begeeft en Frémault naar het kruispunt 't Peerdeken.

Te Huyse stoot Chaudoir op de Duitsers die op de vlucht slaan. Hij verneemt van de bevolking dat een grote vijandelijke colonne zopas voorbijgekomen is en de richting van Edemolen genomen heeft. Chaudoir beslist dus naar Nazareth terug te gaan via 't Peerdeken en Edemolen; hij stoot er om 11.30 uur op de Duitse voorhoede. Dank zij de auto-mitrailleur van Oor, geraakt Chaudoir erdoor en vervoegt zijn eskadron in Nazareth waar hij generaal Clooten verwittigt. Gealarmeerd door het geluid van een zwaar gevecht ziet hij iets later een koerier van kapitein Frémauh aankomen, die hem op de hoogte brengt van het feit dat deze laatste te Edemolen omsingeld is.

 

Wat is er gebeurd?

In 't Peerdeken geeft Frémault het bevel het vuur rond 11 uur te openen op de Duitse troepen die niet ver van Ouwegem voorbijgekomen. Om 11.30 uur wanneer hij de schoten vanuit Edemolen hoort, snelt hij ernaartoe om Chaudoir te helpen. De brigade van Gavere (twee gendarmen en tien vrijwilligers), gealarmeerd, begeeft zich ook op eigen initiatief naar de gevechtsplaats en voegt zich bij het peloton van Frémault.

 

" Wanneer deze laatste bij Edemolen aankomt is Chaudoir juist vertrokken. Zijn mannen verschansen zich in de grachten en achter de hagen en vallen krachtig het gehucht aan, gesteund door de auto-mitrailleur van luitenant Vigneron die zich in het midden van de baan naar Gavere plaatst, tussen de mijlpalen 7 en 8.

Het gevecht duurde al 20 minuten, toen Frémault bemerkte dat de eskadrons die de voorhoeden volgden een halve cirkel achter hem gevormd hadden, om hem elke terugtocht af te snijden.

De talrijke hagen in de streek hebben deze beweging gedekt. Dadelijk snellen de gendarmen en vrijwilligers naar de huizen langs de baan, vastberaden om zich tot de dood te verdedigen. Frémault slaagt erin een estafette naar Chaudoir te sturen terwijl Vigneron de vijandige linie doorbreekt en naar Eke snelt om hulp te zoeken..

Afgestapt van hun paarden lopen de Duitsers tevergeefs storm op de huizen en steken ze uiteindelijk in brand. Om niet levend verbrand te worden verlaten onze manschappen hun schuilplaats, en onder een hels vuur steken ze de weg over en schuilen bij de molen op een heuveltje.

 

 

Frémault sneuvelt evenals vijf andere gendarmen, vier anderen worden zwaar gekwetst en acht gevangen genomen, drie vrijwilligers sneuvelen eveneens.

In aller ijl komen Chaudoir en Oor aan; een heel deel van het gehucht brandt, het knetteren van de brand mengt zich met het knallen van de wapens.

Chaudoir geeft het bevel de paarden in een klein bosje achter te laten en ontplooit zijn eskadron in een lange lijn tirailleurs op 2 à 300 meter van de vijand. Ze zijn 1 tegen 10 maar Oor is daar ter hoogte van de linie, langs de baan naar Deinze en de mitrailleur knettert. Ze kan niet vooruit want de Duitsers hebben aan de ingang van het gehucht een barricade opgericht. Maar het terrein bevoordeelt de aanvallers die kunnen vooruitrukken onder dekking van de dikke hagen, en die van de ene haag naar de andere rennen.

Plots weerklinkt een gewelddadig getier achter hen, en aan hun rechterkant zien ze 300 soldaten verschijnen met rode broeken, de bajonet in de lucht. Dan hoort men vreugde en overwinningskreten. "Vooruit! Leve Frankrijk! Leve de Belgen! Leve de Koning!" (1).

Het was het wonder waarop men tijdens de oorlog dikwijls moet hopen.

 

(1) H. MARCHANT, o. c., blz. 84.85.

 

" De hoop verandert van kamp, het gevecht verandert van ziel. " .

" De Duitsers maken zich echter snel uit de voeten, ze springen op hun paarden en vluchten in wanorde; ze nemen hun gekwetsten mee, hun gevangenen en zelfs hun gesneuvelden. Redde wie zich redden kan. Ze hebben zelfs hun 2 kanonnen niet gebruikt! "

" In dat verdomde platteland ", zal luitenant Von Preissing, getuige van het gevecht, later zeggen, " ziet men geen 10 passen voor zich. " Fransen en Belgen lopen storm op de barricades, verwijderen ze en dringen het gehucht binnen: kapitein Collignon, bevelhebber van de Franse troepen, jaagt een achtergebleven Duitser een kogel door het hoofd. Oor zet al schietend de achtervolging van de vluchtelingen in, gesteund door de mitrailleur van Vigneron die met de Fransen uit Eke kwam.

Het is de overwinning en de wacht te paard van Luik mag zich op een nieuwe overwinning beroepen.

Het zijn de 2 Franse territoriale compagnies van Duinkerken, 's morgens aangekomen in Deinze, die op het gepaste ogenblik tussenbeide gekomen waren.

Na het verontrustend telefoontje van Chaudoir om 12.50 uur had het H. K. van generaal Clooten razend snel hun trein naar De Pinte gestuurd en dan naar Eke waar ze afstapten.

Om 14.52 uur telefoneerde Chaudoir vanuit Nazareth.

"Gevecht afgelopen, Duitsers teruggeslagen. Kapitein Frémault, 16 gendarmen en vrijwilligers gesneuveld " (1).

De verliezen zijn zwaar en ziehier hoe Chaudoir het slagveld beschrijft:

We vechten nu al twee uur lang. Waar zijn de gendarmen?

Helaas! Hier is er één, uitgestrekt in de gracht, een tweede, dan een derde. Een ander ligt naast een huis met een gebarsten schedel waaruit de hersenen te voorschijn komen.

Hier nog twee anderen. Hun hoofd werd afgerukt, de huid van hun gezicht bedekt hun nek. De ongelukkigen zijn afschuwelijk om te zien.

Ik vervolg mijn macabere inspectie. Zittend op een mijlpaal, schokt een wachtmeester; hij doet me teken dat ik naar zijn rug moet kijken; een wonde groter dan een hand heeft het vlees opengereten. Op 10 meter van hem op de berm ligt een liniesoldaat, zijn armen gekruist. Het is nog een kind. Hij weent zachtjes en roept.. "Mama, Mama ". Ik ga dichterbij.

- Moed, mijn jongen, men gaat je komen halen.

- Ho, het is niet nodig, ik ga sterven. ik ben slechts 15 jaar oud; maar ik had mij juist laten inlijven. Arme moeder!

Nog twee lijken. Ze schijnen naast elkaar te slapen. .

Aan de hoek van een huis zit een soldaat in de houding van een geknielde schutter. De dood heeft hem in een laatste beschermende beweging vereeuwigd. Alleen zijn geweer is uit zijn handen gevallen en ligt aan zijn voeten.

Een boer doet mij teken dat ik moet naderen en toont mij een muur. Achter deze muur, in een grote bloedplas (nooit had ik gedacht dat het menselijk lichaam er zoveel had) ligt een gendarme op zijn buik. Het lichaam van de stervende rilt met regelmatige tussenpozen.

 

(1).H. MARCHANT, o. c., blz. 85-86.

 

 

En kapitein Frémault? . ..

Ik vind hem uiteindelijk, uitgestrekt aan de voet van de molen naast 2 manschappen.

Een kogel had zijn onderbuik doorboord en zijn ingewanden werden als een lange paternoster meegesleurd.

De brave kameraad, de commensaal van Zwijnaarde die de sympathie had van iedereen, lijkt mij met zijn grote ogen aan te kijken. Zijn gelaat is zeer rustig. Hij moet al glimlachend gevallen zijn, zonder te lijden. Zijn eeuwige pijp die hij tijdens het gevecht niet heeft laten vallen is half opgebrand naast hem gerold. Van het detachement dat hem begeleidde zijn allen met uitzondering van 5 gevangenen en 6 gewonden, gesneuveld. Deze bescheiden dienaars van de orde hebben op dappere en eenvoudige wijze hun leven gegeven voor het land. Hun as ruste in vrede! (1)

Om 14.52 uur is alles afgelopen! (2) De Duitsers hebben zich naar het zuiden teruggetrokken nadat ze een boerderij in brand gestoken hebben; ze nemen de vijf gevangen gendarmen mee die in het kamp van Gustrof in Duitsland opgesloten zullen worden.

 

Naast Frémault hebben elf strijders te Edemolen de dood gevonden: Dartois van de Burgerwacht die aan de gevolgen van zijn verwondingen te Gent zal sterven, vijf gendarmen, wachtmeester De Bruycker, De Cock, Van Oost en Verschraegen, brigadier Van den Bulcke en vijf vrijwilligers: Daniels, Herman, Blieck, Peetermans en De Clercq. Deze tien doden zullen op 8 oktober 1914 te Nazareth begraven worden.

 

" Op 8 oktober hoorden wij kanonnengeschut, komende van het noorden. Men zou de gesneuvelden van het gevecht te Nazareth begraven. Tien doodskisten werden zo goed mogelijk in mekaar getimmerd en op een kar geplaatst, die ze van Edemolen naar de kerk van Nazareth bracht. Het was een griezelig schouwspel deze zware kar te zien aankomen.... De Burgerwacht van Luik en Kortrijk bewees de eer en de ruiters droegen de kisten.... Ze werden op drie rangen geplaatst en men plaatste er een grote zwarte doek op want de kisten, in ruw hout, waren afgrijselijk om te zien. Toen de dienst zou beginnen, bracht men de kist van de Kapitein Fremault binnen, hij was door de nationale vlag overdekt en werd voor de andere geplaatst. Op het einde van de dienst, door bijna gans het dorp bijgewoond, werden de lijken weggehaald terwijl het orgel de Brabançonne speelde, symbool van het land waarvoor deze ongelukkigen hun leven hadden gegeven (Relaas Jean de Lanier) (3).

 

Het korpsbevel nr. 63 van 24 april 1933 heeft het feest van de Rijkswacht op 7 oktober vastgelegd ter nagedachtenis van diegenen, die op eigen initiatief hun wapenbroeders die in moeilijkheden verkeerden, te hulp gesneld zijn en die sneuvelden de wapens in de hand, oog in oog met de invaller. De Rijkswacht herdenkt plechtig hun offer ter nagedachtenis van al haar mannen die gesneuveld zijn, slachtoffers van hun plicht, in dienst van het land.

 

(1) P. CHAUDOIR. Campagne de la gorde à cheval de Liège. blz. 168-169.

(2) G. VERPOUCKE. 7 oktober 1914. Het gevecht te Edemolen. Revue van de Rijkswacht, nr. 70.

(3) G. VERPOUCKE. o. c.

 

EDEMOLEN: DE HELDHAFTIGE WEERSTAND.

6 oktober 1914. Onder druk van de oprukkende Duitsers trekt het Belgisch leger zich terug. De val van Antwerpen is nakend en de vijandelijke troepen verhinderen dat de Belgische soldaten zich bij de geallieerde legers voegen. Het vierde Duitse cavaleriekorps is verzameld ten zuiden van de lijn Menen-Kortrijk. Het moet verkenningen ten westen en ten noorden uitvoeren en de spoorlijnen vanuit Gent vernietigen.

 

De Belgische generaal Clooten wordt door de rijkswachtbrigades en het spoorwegpersoneel ingelicht over de Duitse bewegingen. Zijn opdracht bestaat erin de aftocht van het Belgische leger te beschermen. Daartoe moet hij tot elke prijs de toegang tot Gent vrijwaren. Om de getalsterkte van de vijand ten zuiden van de Leie in te schatten en om diens manoeuver te doorzien stuurt hij verkenningssecties uit. Onder hen een eskadron ruiters Luikse Burgerwacht - het beroemde eskadron Chaudoir- en een peleton cyclisten van de Territoriale Rijkswachtgroep van Gent onder leiding van kapitein Frémault. De pantserauto met machinegeweer van rijkswachtluitenant Vigneron vergezelt het peloton.

 

Op 7 oktober bij dageràad begint de hachelijke opdracht. De manschappen van de Burgerwacht, onder leiding van commandant Chaudoir, bewegen zeer kritisch in een gebied waar de vijand van overal tevoorschijn kan komen. Ondanks verschillende schermutselingen met de Duitsers, verzamelen ze waardevolle inlichtingen.

 

Ondertussen heeft het peloton cyclisten van kapitein Frémault post gevat op het kruispunt van de wegen Kruishoutem-Nederzwalm en Gent-Oudenaarde. Goed 11 uur hoort hij lawaai van een gevecht komende vanuit Edemolen. Frémault denkt dat het eskadron van Chaudoir onder vijandelijk vuur is genomen en besluit hulp te bieden.

 

Rond de middag komt een verkenner aan te Edemolen. Commandant Chaudoir is net vertrokken. Op dat moment arriveert een Duits detachement van de Beierse Troepen van majoor von Tannstein. Het vuurgevecht barst los.

 

Frémault en zijn manschappen verschansen zich in gebóuwen. Twee rijkswachters van de brigade Gavere en twee vrijwilligers sluiten zich bij hem aan. Het gevecht is hevig.

 

Om 12.20 uur beveelt kapitein Frémault luitenant Vigneron en een estafette hulp te gaan halen. De Duitsers die zwaar verlies lijden, beslissen de boerderijen waar de rijkswachters zich verdedigen, in brand te steken. Onder een hevig vuur moeten zij hun schuilplaats verlaten en hergroeperen zij zich in een nabijgelegen molen. Een wachtmeester is ernstig geraakt. Frémault die hem te hulp snelt valt eveneens onder het vijandelijk vuur. Bijna alle Rijkswachters zijn gedood, gewond of gevangen genomen. Een tiental onder hen kan de molen bereiken. Tot ongeveer 14.30 uur kunnen ze weerstand bieden.

 

 

 

 

 

 

 

Links: het peleton per fiets van de Territoriale rijkswachtgroep van Gent onder bevel van kapitein Frémault.

 

 

De dood van kapitein Frémault op 7 oktober 1914 te Edemolen.

 

 

 

 

 

 

 

De Burgerwacht en de Franse soldaten gaan dan in het tegenoffensief en drijven de Duitse troepen terug. Bij hun

terugtrekking gebruiken de Duitsers vijf gevangen genomen rijkswachters als menselijk schild. Dezen zullen later naar een krijgsgevangenkamp in Duitsland worden gestuurd.

Om 14.52 uur is de slag om Edemolen beëindigd. Kapitein Frémault, de wachtmeesters De Bruycker, De Cock, Van Oost, Verschraegen, brigadier Van Den Bulcke en de vrijwillige soldaten Daniels, Hermans, Blieck, Peetermans en De Clerq zijn er heldhaftig gesneuveld. De Duitsers verliezen 68 manschappen en tellen een honderdtal gewonden.

 

 

 

 

 

Dankzij deze veldslag slaagt het detachement van majoor von Tannstein niet in zijn opdracht.

Dit gevecht verhinderde het vorderen van de Duitse ruiters en hielp de aftocht van het Belgische leger van Antwerpen naar de IJzervlakte dekken.

Ter ere van de helden van Edemolen zal luitenant-generaal Kettelle op 24 april 1933 een korpsorder tekenen met de vermelding dat het "Feest van de Rijkswacht" voortaan elk jaar op 7 oktober zal plaatsvinden.

Op 7 oktober 1937 wordt eveneens een gedenkzuil ingewijd.

 

 

 

 

Meer info en foto's van de Slag bij de Edemolen te Nazareth vind je in de volgende links: