BEZINNING BIJ HET FEEST VAN CHRISTUS KONING
Het oordeel van Jezus is de hoop van de christenen
De gedachte aan de wederkomst van Christus en zijn oordeel over de wereld is in de hedendaagse verkondiging ver op de achtergrond geraakt. Vroeger maakte het geloofsartikel `Hij zal komen om te oordelen levenden en doden' een diepe indruk op de mensen. Bij de ingang van de kathedralen ziet men nog vaak een strenge voorstelling van het laatste oordeel, als een waarschuwing om vroom te leven. De hoop op een eeuwig leven en de angst voor een eeuwige straf behoorden tot het levensgevoel van de middeleeuwse mens.
Het zwaartepunt van het leven ligt voor de hedendaagse mens in het hier en nu. De levensvragen van vroeger interesseren ons maar matig. Bestaat er een eeuwig leven? Zullen wij geoordeeld worden? Zal ik staan aan de rechter- of aan de linkerkant? Mensen leven nu vandaag; voor al de rest hebben ze geen aandacht.
Als wij vandaag het verhaal van het laatste oordeel lezen doen we dat vanuit een heel andere visie. Bij het laatste oordeel zal Jezus niet vragen: Ben je katholiek, protestant of moslim, ook niet naar ons doopbewijs maar enkel naar onze daden van liefde.
In deze tekst gaat het niet over de hel of over de hemel maar over de aardse werkelijkheid en dat wij hier op aarde onze eindbestemming kunnen bepalen. Die eindbestemming hangt af van onze daden van liefde tegenover onze medemensen in nood. Het is zelfs niet nodig dat wij deze daden verricht hebben uit liefde tot Jezus. In het evangelie hoorden we de gerechten vragen: `Heer, wanneer zagen wij U hongerig of naakt?' en het antwoord luidde: in elke hongerige, in elke naakte heb je Mij ontmoet. Wij kunnen Jezus niet ontmoeten als wij de noodlijdenden uit de weg gaan, als wij Hem niet dienen in de armen.
Wij zijn samen voor elkaar verantwoordelijk omdat van ons verwacht wordt dat wij ons samen inzetten voor een menselijke en rechtvaardige maatschappij.
Aan de mensen die zullen staan aan de linkerkant van de rechterstoel wordt niet verweten dat zij een wet hebben overtreden, dat ze misdaan hebben tegen de goede zeden, daarover zullen ze niets te horen krijgen, maar alleen het verwijt dat zij hun medemensen in hun nood niet hebben bijgestaan. Zij hebben verzuimd Christus te ontmoeten in de nood van hun medemens.
Dit evangelie is dus geen dreigende boodschap die ons angstig moet maken, maar een hoopvolle belofte. Onze inzet om goed te zijn en goed te doen, hoe klein en onbeduidend ook, zal niet nutteloos zijn.
Deze laatste zondag van het kerkelijk jaar verwijst reeds naar de advent, het komen van Christus in deze wereld en zijn definitieve komst op het einde van de tijden. Met dezelfde hoop die de Kerk ons geeft op het einde van het kerkelijk jaar zet ze ons op weg in het nieuwe kerkelijk jaar met de bede van de advent: Kom, Heer Jezus, kom!