BEZINNING BIJ DE DERDE ZONDAG VAN DE ADVENT
Wat kunnen wij er aan doen?
De mensen die naar Johannes geluisterd hadden, waren van goede wil. Zij vroegen: Wat moeten wij doen? Het antwoord dat Johannes gaf, klinkt heel vreemd. Aan de rijken zei hij dat ze moesten delen: geef kleding aan wie er geen heeft. Aan tollenaars, die de mensen met hun belastingen afpersten, zei hij dat zij hun zondig beroep moesten opgeven. Hij zei alleen: "Vraag niet meer dan geoorloofd is". Tot de soldaten zei hij niet: "Gooi je wapens weg!", Hij zegt enkel: "wees tevreden met je soldij en mishandel niemand". Voor Johannes betekent bekering, niet meer, maar ook niet minder dan de kleine alledaagse dingen goed doen. Er wordt niets sensationeels gevraagd. De grote wereldveranderingen gebeuren niet in de hogere regionen van politiek of Kerk, veranderingen in de wereld komen er door profetische mensen, mensen die zoveel licht uitstralen dat zij voor anderen een uitnodiging worden om ook op hun plaats een klein licht te zijn in de duisternis.
Denken wij aan een St.-Franciscus, een kleine H. Theresia, een Moeder Teresa, eigenlijk hebben ze niets bijzonders gedaan, zij hebben alleen kleine dingen op een bijzondere wijze gedaan.
Als wij spreken over de armoede in de wereld, over de economische crisis in eigen land, als wij denken aan een dreigende kernoorlog, aan de milieuvervuiling, aan het asielprobleem, aan de misdadigheid, dan zuchten wij moedeloos: wat kunnen wij daaraan doen! Dat verlammende gevoel van machteloosheid tegenover de macht van het kwaad kennen we allemaal. Het brengt ons tot doemdenken. Het is een subtiele uitvlucht om zelf niets te moeten doen. En toch op het doen komt het aan. Al spreken wij met nog zoveel geloofsovertuiging onze geloofsbelijdenis uit, ze is pas oprecht als ze vruchten draagt in het dagelijks leven.
Als een mens droomt van een nieuwe wereld, dan gebeurt er niets, maar als tien mensen hetzelfde gaan dromen dan kan het een werkelijkheid worden.
Daar waar kleine mensen op kleine plaatsen, kleine dingen doen, daar verandert de wereld. Johannes zegt ons vandaag de hulp van de Heer toe. Wij zijn niet alleen: "Hij zal u dopen met de H. Geest en met vuur". Zoals Johannes trachten wij God ervaarbaar te maken. Wij zijn dragers van de hoop op het onverwachte van God, van het geloof in de verrassingen van zijn verborgen handelen, in het vertrouwen op zijn scheppende inspiratie. De toekomst zal ons gegeven worden, als wij maar willen doen, wat ons staat te doen.