BEZINNING BIJ DE DERDE ZONDAG VAN DE ADVENT

DERDE ZONDAG VAN DE ADVENT
Er trad een mens op, een gezondene van God. Zijn naam was Johannes, vertelt zijn naamgenoot, de apostel en evangelist Johannes.
Die Doper moet een markant iemand zijn geweest, een bijzondere prediker, die de gewone mensen op een speciale manier boeide, en vooral de autoriteiten in Jeruzalem uit hun gewone doen wist te halen. Zij wisten niet wat ze met hem aan moesten. Ze konden hem niet plaatsen, en wilden dus weten wie en wat hij nu eigenlijk was. Zou hij misschien de profeet Elia zijn, die men terug op aarde verwachtte? Of een andere profeet, of de lang verwachte messias?
Nee, dat ben ik allemaal niet, zegt hij. Hij typeert zichzelf als 'een roepende in de woestijn'. Hij vraagt de mensen hun kop niet langer in het zand te steken, en hij vraagt hun de weg recht te maken voor Hem die na hem komt, de messias!
Hijzelf, vindt hij, stelt niet veel voor, vergeleken bij Hem die na hem komt. Het gaat niet om hemzelf, legt de doper uit. Hij is maar een wegbereider, die vooruitloopt op wie en wat komen gaat. Iedereen die vuile handen heeft gemaakt (en wie doet dat niet?), en die proper, zuiverder wil gaan leven, die spoelt hij schoon, die doopt hij met water. Die na hem komt - Hij is er al, maar ze herkennen Hem nog niet als de messias -, zal hen straks niet met water dopen, maar met vuur, het vuur van de Geest.
Het gaat niet om hemzelf, zegt de Doper. Hij is niet het licht. Hij verwijst naar het licht. Die na hem komt, is het ware licht. Religies, kerken, zijn net als de Doper niet zelf het licht; ze wijzen naar het licht. Religies en kerken zijn als ramen: ze laten het licht door.
Zo althans zou het moeten zijn. Maar soms ging en gaat het de kerk te veel om zichzelf. Soms is het alsof de kerk denkt dat zij het licht is. Terwijl ze alleen maar verwijst naar het licht dat Jezus is.
De kerk zou dus best wat meer mogen lijken op Johannes de doper. Het gaat niet om mij, zegt hij, maar om Hem over wie ik spreek. Ikzelf, vindt hij, stel niet veel voor.
De kerk zou dus soms ook wat bescheidener mogen zijn met haar boodschap. Achteraf, zo leren we van de kerkgeschiedenis, spoorde wat onze kerk verkondigde, lang niet altijd met wat Hij verkondigde.