BEZINNING BIJ DE DERDE ZONDAG DOOR HET JAAR.
Uitnodiging tot navolging
Jezus ziet twee vissers aan het werk. Zij waren bezig met hun netten uit te werpen in het meer. Hij zegt tot hen: "Kom, volg Mij". Zij breken plots hun werk af, verlaten alles en zonder aarzelen volgen zij Jezus. Dan gaat Jezus een eindje verder en daar gebeurt precies hetzelfde. Klinkt dit alles niet onwaarschijnlijk? Zó zal het wel niet gebeurd zijn, zo eenvoudig is een roeping nu ook weer niet. Het gaat hier om een stijlfiguur die in het Oude Testament vaak gebruikt wordt. Wie door God geroepen wordt moet direct en zonder voorbehoud gehoorzamen. De waarde van de roeping wordt uitgedrukt doordat zij terstond hun werk verlaten. Wie door God geroepen wordt moet terstond en onvoorwaardelijk Gods Woord volgen. De uitnodiging van Jezus is een goddelijk woord en heeft volmacht. Als Jezus een mens roept kan die mens niet gewoon verder gaan alsof er niets gebeurd is. Dit roepingsverhaal betekent niet dat alles precies zo gebeurd is, maar daarom kunnen wij dit verhaal nog niet beschouwen als overdreven en voor ons belangeloos.
Zulke wonderen zijn nog niet de wereld uit, want vele heiligen zijn ook onverwacht geroepen en daarvan getuigen ook nog mensen van onze tijd. Overal waar mensen zich voor Jezus openstellen wordt een roepingsgeschiedenis werkelijkheid.
Ook vandaag nog maken wij mee dat iemand voor Jezus kiest, zodat voor hem geen terugweg meer mogelijk is. Ook nu nog kan Jezus mensen begeesteren om zich helemaal te wijden aan de komst van zijn Rijk. Er gebeuren nog wonderen van genade, waar mensen zich openstellen voor de woorden van Jezus: "De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij, bekeer u en geloof in de Blijde Boodschap".
"Ik zal vissers van mensen van u maken", was het woord van Jezus tot zijn apostelen. Ook wij moeten die Blijde Boodschap uitdragen, niet door woorden, maar door onze levensgetuigenis. Aan alle mensen wordt Gods heil aangeboden, ook aan de ongelovigen. Voor de zwakken moeten wij door ons leven Gods heil aankondigen, want alle mensen hebben het recht om zijn boodschap van heil te kennen. Gaan wij naar hen toe en nemen wij hen op in onze kring. Dan pas zullen wij zelf heel diep overtuigd zijn dat God elke mens liefheeft en dat zijn Blijde Boodschap voor allen bestemd is. Met een mens die door God bemind is, die tot heil geroepen is, kunnen wij toch over God spreken, tenminste kunnen wij het proberen. Als wij Jezus achterna willen gaan dan is dat zeker een weg naar de mensen toe om hen de Blijde Boodschap te verkondigen, dat God elke mens liefheeft en hem deelachtig wil maken aan zijn goddelijk leven.