BEZINNING BIJ DE DERDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD.
Het gaat om Gods eer
Wat bedoelt Jezus met Zijn optreden in de tempel? Wat deze handelaars daar doen in de tempel was in die tijd vanzelfsprekende noodzaak. Ze stonden rechtstreeks in dienst van de tempelcultus: zij boden de nodige offerdieren aan, zij wisselden het geld voor de pelgrims om hun tempelbelasting te betalen. Waarom dan die hevige reactie van Jezus? Hij wist dat Hij op die manier opschudding zou verwekken, en Hij kon vermoeden dat morgen dit hele bedrijf toch weer zou herbeginnen. De evangelist Johannes helpt ons om deze gebeurtenis te plaatsen en te verstaan. Hijzelf plaatst deze tempelscène aan het begin van zijn evangelie. Eerst vertelt hij het wijnwonder en onmiddellijk daarna de tempelreiniging. Hij wil hiermee heel bewust een voorteken geven bij het denken en handelen van Jezus. Wat heeft Jezus dan bewogen tot dit drastische optreden? Het ging Jezus niet om een reactie tegen het bedrog en de woekerprijzen van de handelaars. Daarover staat niets in het evangelie. Het ging er Jezus ook niet om, een beetje orde en tucht op het tempelplein te brengen. "De ijver voor uw huis zal Mij verteren". Het ging Jezus er om zijn toehoorders, en allen die erbij betrokken waren, tot een juiste godsverering te brengen. Hij wil dat de mensen zijn Vader aanbidden in geest en waarheid. Op het tempelplein zijn totaal bijkomstige dingen tot hoofdzaak geworden, en tegen die manier van Godsverering protesteert Jezus. Hij wil geen koehandel tussen de mensen en God. Voor wat hoort wat: ik geef God geld of een offer en dan moet God mij dit of dat geven. God verkoopt niets. God schenkt alleen. God is geen boekhouder van verdiensten en fouten. God rekent niet. God wordt niet door bepaalde rituelen gunstig gestemd. De vraag eigenlijk waartoe Jezus oproept is: hoe komt de mens tot God? Als wij daarover nadenken dan begrijpen wij ook dat dit evangelie ook voor ons een grote les bevat. Het gaat om onze verhouding tot God, een God die gratis wegschenkt. Ik kom niet tot God omdat ik God iets geef, maar omdat ik mij eenvoudig openstel, ontvankelijk voor zijn liefdevolle gaven. Niet door mensenhanden geschiedt het heil, maar omdat God ons het eerst heeft liefgehad.
Het gaat om mij! Of ik bereid ben om mij helemaal open te stellen voor Gods gaven, of ik mij in leven en dood aan God durf toevertrouwen; of ik ervan overtuigd ben dat ik mijn zaligheid niet kan verdienen door mijn goede werken, maar enkel door Gods belangeloze genade.