BEZINNING BIJ DRIE-EENHEID
Het mysterie van de eeuwige God
U kent misschien het verhaaltje dat verteld wordt door de H. Augustinus. Augustinus, was bisschop van Hippo en werd later tot kerkleraar uitgeroepen. Op een dag wandelde hij langs het strand en liep te peinzen over het mysterie van de H. Drievuldigheid. Toen zag hij een jongetje dat een kuiltje had gegraven en met een schelp bezig was water uit de zee in dit kuiltje te scheppen. "Wat doe je daar?" vroeg de bisschop. "O" zei het jongetje, "u ziet toch dat ik bezig ben de zee in dit kuiltje te scheppen". "Dat zal wel moeilijk gaan", antwoordde Augustinus, "die grote zee in dat klein kuiltje". - "juist", zei het jongetje, "dat kan ook niet", evenmin als uw klein mensenverstand het mysterie van de eeuwige God kan bevatten". Het is duidelijk wat St.-Augustinus met dit verhaaltje zijn toehoorders wilde zeggen: het mysterie van de H. Drievuldigheid voor ons menselijk verstand begrijpelijk maken, is onbegonnen werk. En dat is niet verwonderlijk. Wanneer je in God gelooft, dan weet je dat Hij een werkelijkheid is, die je noch met natuurwetenschappen, noch met wiskunde kunt te lijf gaan.
Maar je kunt je wel afvragen waarom God ons dit mysterie dan geopenbaard heeft. God moet daarvoor toch een reden hebben. Wanneer je het mysterie van de Heilige Drievuldigheid heel eenvoudig zou willen omschrijven zonder het te verklaren, zou je dat, dunkt mij, ongeveer op deze manier doen.
God openbaart zich aan ons op verschillende manieren aangepast aan de ontwikkelingsgraad van de mensen doorheen de geschiedenis. Zo noemt men de periode van het Oude Testament graag: de tijd van de Vader, de periode van het Nieuwe Testament: de tijd van de Zoon, en de periode van de Kerk: de tijd van de H. Geest. God is de Schepper, Hij vertrouwde de aarde toe aan de mensen om zijn scheppingswerk voort te zetten en de aarde bewoonbaar te maken
In de eerste periode openbaart God zich als Schepper en instandhouder. Maar de mens kon schijnbaar deze taak niet aan. Hij maakte van de aarde een voortdurend slagveld, de ene mens was niet veel meer dan een wolf voor zijn medemens. En de mens kan die taak schijnbaar nog altijd niet aan.
Daarom is God op aarde verschenen in Jezus Christus, de Zoon. Jezus is de verpersoonlijkte liefde van God. Jezus bracht ons de Blijde Boodschap dat God onze Vader is, en dat wij daarom allemaal zonen en dochters zijn van God. Dat wij die liefde van God zichtbaar moeten maken door de wijze waarop wij met de mensen omgaan. Toen Jezus zijn leven gegeven heeft voor de mensen, bleef God toch bij ons door zijn Geest, die wij ontvangen hebben. Zo leren wij God kennen als de Vader, die ons leven geeft, als de Zoon, die ons de goedheid van de Vader heeft voorgeleefd, als de H. Geest, die in ons roept tot God. God is liefde, dat is de kern van dit mysterie en die liefde heeft zich geopenbaard als een liefhebbende Vader, als een reddende Jezus, als een heiligende Geest.