BEZINNING BIJ DE DRIEËNDERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR.
PER SLOT VAN REKENING
Wij zijn aan het einde van het kerkelijk jaar. Vandaag is het de voorlaatste zondag. En op deze zondag leert het evangelie: 'Aan alles komt een einde'. Geen steen zal op de andere blijven, je zult horen van oorlogen en rampen, aardbevingen, hongersnood en epidemieën. Men zal u vervolgen. Wil dit evangelie ons angst aanjagen? Hebben wij al geen zorgen en problemen genoeg? Hoe zal het in mijn leven verder gaan? Wat met deze wereld? En dan de pessimisten die zeggen dat alles zinloos is, en mensen die de moed verloren hebben en denken en leven vanuit: na ons komt de zondvloed.
Het evangelie, letterlijk, "goede boodschap" is niet geschreven om ons angst aan te jagen, integendeel. Elke evangelische boodschap sluit een oproep in tot vertrouwen. Ook het evangelie van vandaag: geen haar van je hoofd zal verloren gaan. Wij moeten een duidelijk onderscheid maken tussen wat ons doet verschrikken en dat wat ons hoop geeft.
Het christelijk realisme overwint elk pessimisme. Als wij spreken over droogte, aardbeving en vulkaanuitbarsting willen wij de duivel niet aan de wand tekenen. We mogen dit alles niet als een bedreiging zien, wij weten wat God ons beloofd heeft: wanneer zich dit alles begint te voltrekken, richt u dan op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing komt nabij.
Dat christelijk realisme is geen goedkoop optimisme, alsof men alles ziet door een roze bril. Zo maakt men zichzelf en de anderen wat wijs. Wij praten niet alles goed en wij vegen het onaangename niet onder het tapijt. Christelijk realisme is gevuld met hoop. Het ziet de wereld zoals die is, het weet ook wel dat de wereld niet eeuwig is, maar gelooft dat het einde van de wereld zal samenvallen met de verlossing. Voor die verlossing willen wij ons nu al inzetten, Wat van ons in deze tijd gevraagd wordt is standvastigheid, die ons brengt tot getuigenis. Wij willen ons inzetten voor de vrede, de gerechtigheid en heelheid van de schapping. Dat zal ons vaak niet in dank worden afgenomen, en opkomen voor de armen en weerlozen kan lastig zijn. Maar wij weten dat juist zo en zo alleen de werkelijke verlossing komen zal. Wij geloven dat God die de wereld geschapen heeft, de wereld ook nu nog draagt en dat Hij de wereld door ons tot voltooiing brengen zal, alhoewel het ons niet toekomt tijd of duur te bepalen.
Dat christelijk realisme leerde Diedrich Bonhoeffer. Hij voelde het als een gewetensplicht zich openlijk te verzetten tegen het naziregime. Opgesloten in de dodencel schreef hij met kerstmis aan zijn vrouw:
"Door goede machten wonderbaar geborgen,
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons in de avond en de morgen,
heel zeker in elke nieuwe dag".