BEZINNING BIJ DE DRIEËNDERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR.

 

Binnengaan in de vreugde van de Heer

Op de laatste zondagen van het kerkelijk jaar verwijst het evangelie ons naar het einde der tijden en de dingen die dan te gebeuren staan. Vandaag horen wij hoe de knecht met zijn één talent bang was voor de strenge heer en daarom zijn talent in de grond stopte. Daarop volgt het strenge oordeel: "Werp die onnutte knecht buiten in de duisternis, daar zal geween zijn en tandengeknars". Het kan ons verbazen dat deze woorden komen uit de mond van een goede herder. Maar ze zijn in de kerk blijven doorklinken en zo is er een beeld ontstaan van een strenge oordelende God.

Als tegenwoordig nogal wat mensen afstand nemen van de Kerk is dat omdat zij bevrijding zoeken en weg willen van het beeld van een straffende God, die ons overal ziet en beoordeelt. Wij kennen de uitspraak: `wacht maar, God zal u straffen'. Het zit diep in ons geheugen, dieper dan wij op het eerste gezicht zouden denken.

Tegenwoordig zwijgt men over het laatste oordeel en maar goed ook, want wie kan daarover ook maar één zinnig woord zeggen? Wie te zeer de barmhartige liefde van God benadrukt wordt verdacht van religieuze laksheid.

Nochtans moet het ons duidelijk worden dat God een goede Vader is die wil dat alle mensen zalig worden. Dus... `er is geen hel, geen verdoemenis' roepen weer anderen. Dat weet ik niet, maar ik weet wel dat God geen hel geschapen heeft en dat Jezus neergedaald is ter helle - zoals wij dat uitdrukken in onze geloofsbelijdenis - om de mensen in hun grootste verlatenheid te verzoenen met God. Jezus spreekt toch dikwijls over geween en tandengeknars, maar Hij heeft ons ook geleerd: `Zozeer heeft God de wereld lief gehad dat Hij zijn Zoon gezonden heeft, niet om de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden'.

God heeft de man met zijn één talent ook bemind, maar de man was bang voor God. Hij heeft nooit begrepen wat liefde doet, is nooit binnengetreden in de liefde van God: `hier hebt gij `uw' eigendom terug...'

Hoever de liefde van Jezus gaat vertelt ons een middeleeuwse legende. Ze is nogal tegendraads, maar ik wil ze toch vertellen om erover na te denken. Jezus is met zijn apostelen voor het eeuwig gastmaal in de hemel samen. Iedereen heeft plaats genomen, maar Jezus begint niet met de maaltijd. Tot verwondering van allen laat hij nog een stoel bijbrengen. Dan wacht Hij. De apostelen worden ongeduldig: waarom begint Hij niet? De spanning groeit. Opeens gaat de deur open en Judas komt binnen. Jezus staat op en gaat hem tegemoet. Tot eenieders verbazing omarmt Hij hem en zegt: "Vriend, neem plaats bij ons. Ik heb op je gewacht". Toen kon de maaltijd beginnen.

Is Judas teruggekomen? Heeft hij zich verzoend met Jezus? Dat is de vraag! Als dat zo is, dan heeft hij de deur open gevonden. Zo ook hier: als die derde knecht zich aan zijn Heer had toevertrouwd, dan was hij niet in de duisternis geworpen, dan was hij binnengegaan in de vreugde van de Heer.