BEZINNING BIJ DE DRIEËNTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR.
LEERLING VAN JEZUS ZIJN
Het evangelie van vandaag begint met de opmerking dat talloze mensen met Jezus meetrokken. Waarom zouden zoveel mensen Jezus volgen? Omdat Hij hun iets te bieden had. Hij had veel mensen op wonderbare wijze genezen. Anderen waren begeesterd door zijn menslievende woorden, en velen had Hij hoop gegeven. Nu wilden zij meer van Hem weten, meer van Hem krijgen. Jezus weet wat er in de harten van deze mensen omgaat en daarom zegt Hij deze woorden die voor ons even hard aankomen als bij de mensen van zijn tijd. "Als iemand naar Mij toekomt, die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja, zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn. Als iemand zijn kruis niet draagt en Mij volgt, kan hij mijn leerling niet zijn". Als wij deze woorden al te letterlijk nemen, zal wel niemand van ons een volgeling van Jezus worden.
En we gaan interpreteren, en de woorden van Jezus afzwakken om mee te kunnen. Het woordje 'haten' is niet goed vertaald, Jezus bedoelt: "meer liefhebt dan...", wie iemand anders, wie zijn eigen leven 'meer liefheeft' dan, is Mij niet waardig.
We kunnen ook zeggen: je moet deze woorden lezen vanuit de situatie van Lucas. De vervolging tegen de christenen was pas begonnen, de volgelingen van Jezus waren toen al kruisdragers, vervolgd en gehaat omwille van Jezus. Maar dat neemt de ernst van Jezus' woorden voor ons nog niet weg. Hij spoort ons aan niet zomaar mee te lopen: "Denk eerst maar goed na", zegt Hij. Als iemand een toren wil bouwen, moet hij eerst een begroting maken om te zien of hij de toren ook voltooien kan. Denk maar goed na, vooraleer je beslist mijn leerling te worden. Wij kunnen de blijvende ergernis van deze woorden van Jezus niet wegwerken. De navolging van Jezus is niet te koop tegen verminderde prijzen. Ook al moeten we deze woorden van Jezus niet letterlijk nemen, de absolute radicaliteit van deze woorden mogen we niet afzwakken om zo het evangelie voor ons aanvaardbaar te maken. Jezus wil de eerste en de laatste zijn, en om daarop een antwoord te geven is er heel veel geloof, hoop en liefde nodig.
Over deze programmatische woorden van Jezus valt niet te discuteren, ze zijn te nemen of te laten. Het is onze persoonlijke liefde tot Jezus, die in onze persoonlijke omstandigheden ons duidelijk zal maken hoe wij op deze woorden van Jezus ons persoonlijk antwoord moeten geven.