BEZINNING BIJ HET FEEST VAN DRIEKONINGEN.

 

OPENBARING VAN DE HEER

Wij vieren het feest van Driekoningen. Maar de liturgie noemt dit feest 'Openbaring des Heren'. Zo ligt het accent heel anders. 'Openbaring des Heren', als wij dit woord horen dan moeten wij al een beetje nadenken, om te weten wat dit woord eigenlijk betekent. Voor de Romeinen van 2000 jaar geleden was dat helemaal niet nodig. Voor hen was dit helemaal geen kleurloos woord, integendeel, het riep voor hen direct vreugdevolle en glansvolle beelden in de geest. Met de uitdrukking 'epifanie' dacht men direct aan het glansvolle optreden van de keizer in een of andere stad van zijn rijk. Hij werd dan gehuldigd als de openbaring van de godheid die het volk kwam bezoeken.
Dat de christenen dit woord durfden overnemen om de menswording van Jezus uit te drukken, getuigt wel van een sterk geloof en zeldzame durf. De epifanie van de keizer is slechts schijn, de epifanie van Jezus is werkelijkheid. God heeft zich aan de mensen geopenbaard in zijn Zoon Jezus, die gesteld is als teken van heil voor alle volkeren. Deze gedachte was zeer sterk levend in de eerste christenheid. Zo zegt St. Jan: «Want het eeuwig leven is verschenen, het eeuwige leven dat bij de Vader was, heeft zich aan ons geopenbaard. Wij hebben het gezien, wij getuigen ervan, wij maken het u bekend. Wat wij gezien en gehoord hebben, delen wij U mee, opdat gij samen met ons deel moogt hebben aan de gemeenschap die ons is gegeven met God in Jezus Christus.Dat de goden bij de mensen op bezoek komen is een traditioneel gegeven bij alle oude godsdiensten. Zo heeft God zich ook doen kennen aan de aartsvaders en aan de profeten in het Oude Testamen, maar de blijvende tegenwoordigheid van God onder de mensen is pas gerealiseerd door de menswording van Jezus. God heeft vele malen en op velerlei wijzen tot de mensen gesproken maar nu heeft Hij zich totaal uitgesproken in Jezus, zijn zoon, lezen we in de brief aan de Hebreeėn. In Jezus heeft God zijn volk niet even voorbijgaand bezocht, dat is geen kleine episode geweest in de geschiedenis van de mensheid. Nee, wat God voor ons in Jezus gedaan heeft, behoudt zijn betekenis voor alle tijden. Hij heeft ons de macht gegeven om kinderen van God te worden, zodat wij deel mogen hebben aan het goddelijk leven en God houdt deze belofte in stand tot aan zijn komst in heerlijkheid. Het feest van de Openbaring is een feest van licht. Wij kennen al het licht van de adventskaarsjes, het licht van de kerstboom, maar nu wordt het volle licht over ons uitgestort, zodat wij kinderen van het licht mogen zijn in deze wereld vol duisternis. Het licht van Jezus doorstraalde Hem helemaal, zoals wij horen bij zijn doopsel en bij de gedaanteverandering op de Tabor. Zo zal Gods licht ons ook veranderen van binnenuit, zo worden wij getuigen van het licht in deze wereld. De gedoopten van de eerste christenheid beschouwden zich als lichtdragers. Zij noemden het doopsel 'verlichting'.
Dit feest van de verschijning van Jezus roept ons op om kinderen van het licht te zijn. Wij moeten iets uitstralen van het licht van Jezus in onze omgeving. Voor enige tijd werd een priester verplaatst. De mannen van het kerkbestuur gingen naar de bisschop om te vragen of zij hun pastoor niet mochten houden. Maar waarom? zei de bisschop. Ik zal u een priester sturen die veel beter kan preken; veel beter kan zingen. Een eenvoudige man van het kerkbestuur antwoordde de bisschop: «Ja, mijnheer de bisschop, dat kan allemaal wel zijn, maar van onze pastoor ging iets uit! Dat is het geheim van elke christen. Van ons zou iets moeten uitstralen van Gods tegenwoordigheid onder de mensen, zoals bij Jezus. Wij zouden lichtdragers moeten zijn in de duisternis en de zinloosheid van deze wereld, getuigen van de Onzichtbare. St. Paulus zegt dat wonderbaar aan zijn leerling Titus: «Want de genade van God, bron van heil voor alle mensen, is op aarde verschenen. Zij leert ons goddeloosheid en wereldse begeerten te verzaken en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze tijd, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de openbaring van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland Jezus Christus.