BEZINNING BIJ DE EERSTE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD.

 

Gods absolute soevereiniteit

Het verhaal over de bekoringen van Jezus is een heel bijzonder stukje van het evangelie.

Hier worden ons geen woorden van Jezus overgeleverd, geen genezingen vermeld, geen twistgesprek met de Farizeeën. Hier wordt Jezus heel alleen geplaatst tegenover de satan. Het verhaal is geen historisch verhaal, alsof alles zo letterlijk gebeurd zou zijn. De duivel discuteert met Jezus aan de hand van bijbelteksten. Dit beeldverhaal wil ons duidelijk maken hoe Jezus zijn zending beleefd heeft. De evangelist wil ons op een heel eenvoudige wijze een inzicht geven hoe de innerlijke verhouding van Jezus was tot zijn Vader.

Na zijn doopsel drijft de Geest Jezus in de woestijn waar Hij veertig dagen verblijft, zoals ook het joodse volk, veertig jaar door de woestijn geleid werd. Zoals voor Israël, het verblijf van veertig jaren in de woestijn, niet alleen een heilstijd was, maar ook een tijd van beproeving, zo was die tijd ook voor Jezus een tijd van beproeving, een testen van zijn religieuze houding. Jezus had honger, zegt het evangelie, vandaar dat de duivel zegt: maak van deze stenen brood. In de woestijn had het godsvolk geleerd niet alleen van brood te leven, maar van elk woord dat komt uit Gods mond.

De bekoorder, dat is eigenlijk de juiste naam voor satan, zou willen dat Jezus zijn leven in eigen hand neemt, je bent je eigen baas. Maar Jezus weet dat Hij zich helemaal mag toevertrouwen aan God. Jezus wil zijn macht niet gebruiken voor zichzelf, maar ten dienste van het geluk van de mensen. Niet van brood alleen, leeft de mens, maar van vertrouwen op God.

Dan plaatst de duivel Hem op een hoge berg en toont Hem in een ogenblik alle koninkrijken van de wereld. Hij zegt: "Al deze macht en al deze heerlijkheid zal ik u geven, als je mij aanbidt". Voor Jezus is er echter geen keus. Hij weet dat Hij alleen God kan aanbidden, Hij leeft uit God en kan daar geen stap vanaf wijken.

Tenslotte plaatst de duivel Hem op de tempelmuur: "Als Gij de zoon van God zijt, werp u dan naar beneden, zijn engelen zullen U op handen dragen". Jezus antwoordt: "Ge zult uw God niet op de proef stellen". Jezus wil Gods macht niet op de proef stellen. Hij wil zichzelf helemaal aan de wil van de Vader toevertrouwen.

In al de bekoringen in de woestijn blijft Jezus trouw aan de wil van de Vader en zo blijft Hij ook steeds zichzelf. Hij heeft de wereld in nieuwe banen gestuwd in de richting van God: "er zijn voor de anderen".

Ook wij christenen moeten door een woestijn, wij moeten leren ons te verzetten tegen hebzucht, heerszucht en eerzucht. Dat zijn precies de dingen waarom de wereld ons prijst: "Als je neervalt en mij aanbidt". Het verhaal van de bekoringen van Jezus moge ons in deze vastentijd tot voorbeeld zijn.