BEZINNING BIJ HET KERSTGEBEUREN
God binnenlaten
In deze stille nacht willen wij samen het kerstfeest vieren
De engel verkondigt ons: "U is de Heiland geboren, Christus de Heer". Maar in fel contrast met deze woorden zegt Lucas: Zij wikkelden het kind in doeken en legden het neer in een kribbe, omdat er in de herberg geen plaats voor hen was.
Dat is het lot van Jezus, zoals Johannes zegt: "Hij kwam in zijn eigendom, maar de zijnen namen hem niet op". En zo is het nog altijd, Jezus wordt niet opgenomen. Men viert Kerstmis, maar Jezus krijgt geen plaats in de woning, Hij wordt niet opgenomen: in de business wereld, in de wereld van de computer is geen plaats voor Hem, in de politiek en de recherche is voor God niets te zoeken. In de persoon van de vreemdeling, van de asielzoeker is Hij nog altijd op zoek naar een herberg. Voor zieken en bejaarden staat Hij nog altijd op de lange wachtlijst en voor vele kinderen is er geen plaats in de herberg.
Maar... er zijn gelukkig nog altijd mensen die God in hun leven binnenlaten, die zorgend bezig zijn met mensen die nog buiten in de kou staan. Door deze mensen wordt ook in deze tijd de goedheid en de menslievendheid van God in deze wereld zichtbaar. Het zijn mensen die licht brengen in de duisternis, die niemand voor de deur van hun hart laten staan, die warmte willen uitstralen voor alle mensen die niet geteld worden.
Aan allen die Hem wel aanvaarden, gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden. God opnemen -
wat wil dat zeggen? Ik kan dit best vergelijken met een familie die een nieuw geboren kind opnemen. Dan wordt in huis alles anders: dat kind bepaalt heel het ritme van het gezin en als het kindje slaapt moet heel het gezin stil zijn. Men kan niet doen alsof er geen kind is, het is daar en alles is anders. Zulk een verandering gebeurt niet op een gedwongen wijze, maar spontaan, omdat men alles wil doen uit liefde voor het kind.
Zo is het ook met God. Als wij God in ons leven opnemen wordt ons leven anders. Dan bepaalt God ons levensritme, alles richt zich dan naar God. Uit liefde tot God zijn wij bereid de mensen op te nemen in ons hart, omdat wij in elke mens die ons nodig heeft, de stem van God erkennen. Wordt er zo niet te veel van een mens gevraagd? Kunnen wij dat wel? Op deze vraag geeft het evangelie van vandaag ons een antwoord: "Aan allen die Hem wel aanvaarden geeft Hij het vermogen kinderen van God te worden". Wij hoeven het zelf niet te doen. Deze houding krijgen wij van God. Als wij plaats maken in de herberg van ons leven zullen wij blij de deur van ons hart openstellen voor ieder die op ons beroep doet.
OVERWEGING
Je hoeft niet veel te spreken
wanneer je naar de kerststal gaat.
Weet dat je de vrede vindt
als je dit kind naar binnenlaat.
Je hoeft geen schatten mee te dragen,
wanneer je naar de kerststal gaat.
Weet dat voor dit kind
een klein gebaar volstaat.
Je hoeft niet lang te blijven,
wanneer je naar de kerststal gaat.
Als je maar begrepen hebt,
wat dit kind te wachten staat.
Je hoeft niet bang te zijn,
wanneer je naar de kerststal gaat.
Dit kind legt weer de rust
op jouw vermoeid gelaat.
Je hoeft niet veel te wensen,
wanneer je naar de kerststal gaat.
Weet dat in het nieuwe jaar,
dit kind je nooit verlaat.