BEZINNING BIJ DE NEGENDE ZONDAG DOOR HET JAAR.
OP WELKE ROTS IS ONS HUIS GEBOUWD?
In deze tijd waarin alles schijnt te wankelen, waarin niemand zich zeker voelt wat de toekomst betreft, waarin schijnbaar niemand meer weet wat mag en wat niet mag, wordt nu eens klaar en duidelijk gezegd waar wij, christenen, onze zekerheid mogen en kunnen vinden. Jezus zegt: Niet zij die 'Heer, Heer' roepen zullen binnengaan in het koninkrijk maar zij die de wil van mijn Vader volbrengen.
Vandaar de vraag: Hoe kennen wij de wil van God? Gods wil wordt ons, spijtig genoeg, niet schriftelijk gegeven op stenen tafelen, ook niet als een politiebevel. Het eerste oriëntatiepunt naar de wil van de Vader is: het goede in ons! In het goede zijn wij verwant met God. Als wij het goede doen schenkt dat ons tevredenheid. Doen wij het kwade dan voelen wij wroeging. Dan is er iets in ons dat zegt: Zo ben je niet.
Gods wil maakt zich ook kenbaar in de nood van de evenmens. In elke mens in nood roept God ons op hem ter zijde te staan.
Ook de leiding van de Kerk is voor ons een verwijzing naar Gods wil. 'Wie u hoort, hoort Mij', zegt Jezus. In de Kerk moet de stem van Christus doorklinken. Zo schept de Kerk in ieder van ons een geweten, een samenweten van wat God van ons vraagt. In het doen en laten van de Kerk moeten wij Christus herkennen en dat is niet altijd vanzelfsprekend. De Kerk is en blijft een gemeenschap van mensen en daardoor kunnen we ook aan de Kerk lijden.
Het laatste kompas om Gods wil te kennen is ons eigen geweten waarin de diepste dialoog ontstaat met Christus. Wij hebben een goed houvast als wij ons gelovig de vraag stellen: Wat zou Jezus nu van mij verwachten, wat zou Jezus willen dat ik in deze situatie zou doen? Dit persoonlijk geweten is de laatste norm van ons handelen. In het heiligdom van elk menselijk geweten mag God alleen binnentreden. Dat is de hoogste verantwoordelijkheid, maar ook de hoogste waardigheid van elke mens. Tot die hoogte roept Christus ons op. Daar verzekert Hij ons dat geen stormen ons huis zullen omverwerpen, maar dat het zal standhouden voor eeuwig!