BEZINNING BIJ DE NEGENENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR.
De weg naar het geluk
Jezus trekt met zijn leerlingen op naar Jeruzalem. Voor de derde keer voorspelt Hij zijn lijden. De apostelen reageren met veel onbegrip. Petrus neemt Jezus ter zijde en zegt: "Dat verhoede God, zoiets mag U nooit overkomen"., Daarna hebben de apostelen onderweg een woordenwisseling over de vraag "wie de grootste onder hen is?". Johannes en Jacobus komen naar Jezus toe met het verzoek: "Geef dat in uw glorie één van ons aan uw rechter- en de ander aan uw linkerkant mag zitten". Jezus probeert hen dan duidelijk te maken dat in zijn rijk andere maatstaven gelden: "Wie onder u de eerste wil zijn moet aller slaaf wezen". Trouwens Jezus heeft dat ook gedaan. Kunnen wij in deze wereld de levenshouding van Jezus wel realiseren? In onze maatschappij lijkt het toch alleen maar te gaan om macht, monopolie, de eerste plaats. Daarom zegt Jezus ook: bij u moet het niet zo zijn. Wij hebben geen keuze, de weg van de navolging roept ons steeds weer op tot dienen. Wij moeten de armen en zwakken dienen, opdat deze maatschappij een menselijk gelaat kan krijgen. Wij zullen wel als naïef beschouwd worden, bespot en belachelijk gemaakt worden. Het zou pas heel erg zijn als wij veracht worden door de armen en noodlijdenden. Bisschop Gaillot zegt: "Een Kerk, die niet dient, dient tot niets". Men heeft hem die kritiek op de Kerk heel kwalijk genomen en toch is `dienen' het kernteken van het evangelie. In de navolging van Christus is er geen andere weg dan de weg van Jezus, die als een slaaf, knielend de voeten van zijn leerlingen gewassen heeft.
En toen zei Jezus: "Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat jullie zouden doen wat Ik u heb voorgedaan". De wereld heeft deze dienende houding en belangeloosheid nodig, als tegengif tegen zelfzucht en hebzucht. Zo komen de vruchten van Gods Geest tot rijpheid: vreugde, vrede, vrijheid, mildheid, vriendelijkheid en goedheid. De weg van dienende liefde tot aan het kruis, is de enige weg naar het echte leven en de vreugde. Niet het geld op de bank maakt de mens gelukkig, niet kleren in de kast, niet de eerste plaats op een bijeenkomst, niet de hoogste medaille. Wat echt gelukkig maakt is het gevoel dat je iemand een beetje hebt doen leven, het leven dragelijker gemaakt hebt, ... is het `dank je' van een zieke, de glimlach van een kind.