BEZINNING BIJ DE NEGENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR.

 
Negentiende zondag door het jaar
8 augustus 2010
Wees wakende
De eerste lezing spreekt over de nacht van de Uittocht. De nacht is nog lang, hij duurt vandaag nog voort, zegt Lucas in de evangelielezing. Jezus roept zijn leerlingen ertoe op waakzaam te zijn in de nacht. Als trouwe beheerders zijn zij solidair met de zwaksten, bewust van hun verantwoordelijkheid, dienstbaar aan velen.

 
 
 
VERLIES DE MOED NIET
Dit evangelie is niet gemakkelijk; er zijn meerdere gedachten in samengebundeld. We kunnen het zo samenvatten: het koninkrijk is reeds gegeven en het moet nog komen. Het is er en het moet nog komen... Daarom wordt er van de christen een dubbele houding gevraagd. Wij delen reeds in de gaven van het Rijk Gods maar we moeten het ook nog uitbouwen.
Met Jezus is het koninkrijk Gods in deze wereld gekomen. God bouwt zijn Rijk op tussen de mensen. Niemand zal God dat kunnen verhinderen. Het is een kracht die groter is dan geld, techniek en economie. God sticht zijn Rijk niet in stoffelijke dingen, maar in het hart van de mens.
In deze spanning staat de Kerk als een contrastmaatschappij. Zij houdt het licht brandend van mensen die wachten op de terugkomst van de Heer. Christenen moeten een tegenwicht vormen tegen een te aards denken over het hier en nu, door liefde en solidariteit te beoefenen; om ruimte te scheppen voor het zwakke, het zieke, voor ontheemden en armen in deze samenleving. Zo zijn ze zout en zuurdeeg. Zo zijn ze een lichtbaken van Gods heilzame werking in deze duisternis.
Ook al wordt de gemeenschap meer en meer onkerkelijk, ook al worden wij slechts een kleine kudde, toch zullen wij blijven getuigen dat de liefde het zal winnen van de haat, de gerechtigheid van het bedrog. Daarom zegt Jezus: verlies de moed niet, wees waakzaam en houd de lamp brandend. Ook als de hele wereld zich tegen ons
keert, als onheil, rampspoed en geweld ons treffen, mogen wij niet wanhopen maar geloven in de beloften van de Heer, zo leggen wij de fundamenten voor een nieuwe, betere wereld.
Wij leven van het visioen van een wereld waar alle mensen zich zullen inzetten voor elkaar. Vraag je nooit af: wat haalt het allemaal uit. Zeg zeker nooit: "Ik geef het op!"
De bouw van de meeste kathedralen in de Middeleeuwen duurde twee eeuwen of langer. Dus de meeste bouwers van die kathedralen hebben deze nooit klaar gezien. Zij hebben er nooit in kunnen bidden, zij hebben nooit de kleurenpracht van de vensters kunnen bewonderen, nooit de sfeer kunnen ervaren van die heilige ruimte, waaraan zij heel hun leven hebben gewerkt.
Wel, wij bouwen ook aan een kathedraal van liefde, vrede en solidariteit in deze wereld. We zullen de voltooiing nooit zien, zoals Mozes nooit het beloofde land is binnengetreden, maar we gaan ermee door ook al zullen we daarin niet wonen. Anderen zullen na ons komen, ons geloof en lijden indachtig zijn en verder werken. Als wij een sterk geloof hebben zullen wij ons nooit door moedeloosheid of zinloosheid laten overmeesteren. Wij vertrouwen op de levende God en laten ons als levende stenen invoegen in zijn woning onder de mensen. Wij bouwen aan een betere wereld in geloof aan Gods aanwezigheid, maar ook in het besef dat God ons daarvoor nodig heeft. Laten wij de moed nooit verliezen.