PATROONHEILIGE

De  Heilige Nicolaas Van Tolentijn werd geboren in Sant-Angelo (in Pontano in het district Ferma in Oost-Italië) aan de Adriatische kust in 1245.

 

Hij trad in bij de Augustijnen in 1255 of 1256 op tien- of elfjarige leeftijd. In 1260 of 1261 zond men hem naar het klooster van San Ginsio om er zijn noviciaat te doen.

Hij werd priester gewijd op 24-jarige leeftijd te Cingoli. Hij werd verschillende keren overgeplaatst.

In 1275 werd de heilige Nicolaas lid van het klooster van Tolentino, waar hij de laatste 30 jaar van zijn leven doorbracht (vandaar de naam van Tolentijn of Tolentino).

 

Hij was een populaire prediker. Hij verrichtte al verschillende mirakels tijdens zijn leven. Hij genas zieken, waaronder heel wat kinderen. Nicolaas leefde zeer boetvaardig. Hij at een maal per dag een maaltijd bestaande uit soep en brood. Driemaal in de week at hij niets anders dan water en brood.

 

Nicolaas van Tolentijn stierf op zaterdag 10 september 1305. Hij was 60 jaar.

 

Paus Joannes XXII opende het dossier voor de heiligverklaring in 1325. De heiligverklaring had plaats op Pinksteren 5 juni 1446 door Paus Eugenius IV.

Het lichaam van de heilige Nicolaas bleef verborgen tot in 1926, toen men na moeizame opgravingen de relieken van de heilige terugvond.

 

De reliek van de Heilige Nicolaas werd, samen met die van de Heilige Juliaan en de Heilige Gerardus, in onze parochiekerk ter bewaring ingebouwd in het altaar.

 

Elk jaar op 10 september worden bij de paters Augustijnen (onder andere in Gent) kleine broodjes gewijd.

De Heilige Nicolaas Van Tolentijn wordt vooral aanbeden ter bescherming tegen de pest bij mens en dier. Vooral in en rond Gent wordt zijn naamfeest herdacht uit dankbaarheid en om de bevrijding van de pest die Vlaanderen eens teisterde. De Heilige Nicolaas wordt voorgesteld met een ster.