PATROONHEILIGE
![]()
De parochiekerk is toegewijd aan de heilige ALDEGONDIS.
De H. Aldegondis werd rond 630 in het graafschap Henegouwen,
thans Frans grondgebied geboren, als dochter uit een adellijke familie. Ze werd stichteres en eerste abdis van het klooster van Maubeuge bij de Samber. Omdat zij omstreeks het jaar 700 aan een slepende ziekte overleed, wordt ze aangeroepen tegen kanker, en voorts tegen verschillende kinderziekten, koorts, tetanus, zweren, hoofd- en keelpijn.
Ze werd heilig verklaard op 26 mei 1039.
Op bedevaart naar St.-Aldegonde
In Deurle bestond in 1464 reeds een broederschap van St.-Aldegonde. In de 18e eeuw was de Aldegonde-bedevaart naar Deurle wijd gekend, wat ook blijkt uit de kerkregisters die spreken van “een menigte van vreemdelingen en pelgrims”die de kerk bezochten en offers brachten.
Uit die tijd dateert de in onze kerk bewaarde ex-voto kast.
Sint-Aldegondis wordt aanroepen tegen kanker, ook tegen oogpijn, koorts en hoofdpijn.
Haar feestdag valt op 30 januari.
Iconografie van Sint-Aldegondis
Een heilige wordt steeds afgebeeld met één of meerdere attributen welke verwijzen naar haar afkomst, marteling, legende. Bij Aldegonde zijn in totaal 11 verschillende attributen gekend. Het bijzondere attribuut, de staf verwijst naar haar stichting van het klooster te Maubeuge, en waarvan zij de eerste abdis was. Het boek maakt allusie op haar titel van abdis die moest waken over het naleven van de kloosterregel. De sluier en de duif verwijzen naar een legende. De legende verhaalt dat , toen de bischoppen Amandus en Autbertus. haar de sluier wilden opleggen, een witte duif het doek van het altaar wegnam, een ogenblik boven het hoofd van de heilige bleef zweven en dan op Aldegonde’s hoofd liet neervallen. Kroon en scepter worden meestal aan de voet van de heilige afgebeeld en zijn enerzijds een zinspeling op haar adellijke afkomst en anderzijds de verwerping van alle aardse macht. De engel verwijst naar “de vlucht van Aldegonde over de Samber” met de hulp van twee engelen. De lelietak die de engel meestal in de hand houdt, symboliseert de maagdelijkheid. Rozenkrans, brandende kaars en kruis zijn eerder zeldzaam voorkomende attributen.
Sint-Kristoffel
Sind 1927 heeft op de laatste zondag van juni en autowijding plaats, georganiseerd door de Kristoffelgilde.
Sint-Kristoffel is de patroonheilige van de reizigers.
DE GENEESHEILIGEN
Naar aanleiding van de heiligverklaring van Pater Damiaan en het voorbije feest van Allerheiligen willen wij in het kort het fenomeen van de geneesheiligen bespreken.
|
|
|
|
De geneesheiligen hebben steeds een belangrijke rol gespeeld in de volksdevotie, vanaf de vroege Middeleeuwen tot in onze tijd. In tegenstelling tot hetgeen men zou denken, worden heiligen vandaag de dag nog steeds aanroepen ingeval van nood, weliswaar in mindere mate dan vroeger. De verering van heilige mannen en vrouwen is een algemeen verschijnsel in alle culturen en godsdiensten. Tijdens hun leven bezoekt men hen om goede raad en genezing te vragen, na hun dood gaat men op bedevaart naar hun graf, hun plaats van overlijden of hun vroegere woonplaats. Het ontstaan van de (genees-)heiligenverering heeft zijn oorsprong in de Oudheid, waar door de primitieve mens hogere instanties werden aanroepen bij ziekte en tegenslag, om gunsten te bekomen of voor een aangenaam verblijf in het hiernamaals.
Ziekte en tegenslag werden aan God of aan de goden toegeschreven, zodat deze door offers en een goed gedrag gunstig moesten gestemd worden. Ziekte, lijden en dood werden immers aanzien als straf voor zonde of slecht gedrag of als een beproeving opgelegd door de godheid of de heilige! Door aanbidding of offers bekwam men genezing (= therapeutisch) of voorkwam men ziekte of ongeluk (= preventief of profylactisch).
Deze rituelen kunnen zeer eigenaardig zijn, zoals het schenken van eieren aan de H. Clara bij de Arme Klaren voor goed weer (= voortzetting van de primitieve offers aan de goden), het zoveel maal rond het graf of de kapel lopen (= heilige getallen 3, 5, 7, 9, enz…), het baden in een geneeskrachtige bron of drinken van het water (water = zuiverend). Heilig is trouwens verwant met helen, genezen naar ziel en lichaam (heelkunde, Heilkunde), sanctus en saint zijn verwant met sanus, sain, santé, gezond(heid).
Oorsprong van de heiligenverering
De oorsprong van de heiligenverering in de katholieke Kerk is tweeërlei: enerzijds was het monotheïsme nogal abstract voor eenvoudige mensen, zodat ze zich wendden tot levende of overleden personen als bemiddelaars tussen henzelf en de afstandelijke God, anderzijds was het een voortzetting van het heidens polytheïsme van hun voorouders waarmee ze meer vertrouwd waren. De Latijnse kerken traden hier zeer repressief tegen op, terwijl de Keltische monniken, die onze streken kerstenden meer pragmatisch optraden en de godenverering, heidense heiligdommen en rituelen lieten bestaan, maar omvormden tot een christelijk gebeuren. Zo zijn een aantal heiligdommen gevestigd op vooraf bestaande heidense cultusplaatsen, zoals Halle en Scherpenheuvel.
De belangrijkste heiligen in onze streken waren en zijn: de H. Aldegondis te Deurle (voor zware ziekten, vnl. kankers en hoge koorts) - zie afb. op litanie van deze heilige, H. Antonius de Kluizenaar (die met het varken- en H. Antonius van Padua (die van de verloren voorwerpen), H. Apollonia (voor gezonde tanden), H. Clara (Clara = klaar, helder, voor goed weer en helderziende, gezonde ogen), H. Cornelius, H. Godelieve (tegen keelaandoeningen), H. Hubertus (patroon van de jacht, tegen razernij), H. Kristoffel, Rita, Rochus. Bij ons worden de H. Cornelius te Machelen en H. Machutus te Wannegem nog steeds veel bezocht door (groot-)moeders om zegen te vragen over hun kinderen.
Waarom wordt een bepaalde heilige voor een bepaalde klacht of ziekte aanroepen?
De geneeskundige kracht toegeschreven aan de heiligen berust op het evangelie, waar Christus wonderen deed, zieken genas en doden deed opstaan, maar ook zonden vergaf. Alhoewel Christus reeds gepoogd had het verband tussen zonde en ziekte te ontkrachten, bleven de christenen in latere tijden er aan vasthouden. Als de omstanders vragen over een blindgeborene (Meester, wie heeft gezondigd, hij of zijn ouders, zodat hij blind geboren is?" geeft Hij als antwoord: "Noch hijzelf, noch zijn ouders hebben gezondigd, maar het was de wil van God".
Elke heilige zijn ziekte
Waarom een bepaalde heilige met een bepaalde ziekte geassocieerd wordt, kan te maken hebben met:
1) naamverwantschap tussen de naam van de heilige en de ziekte (Mammertus = mamma - borstziekten);
2) de marteling of de dood van de heilige (Laurentius = op de rooster verbrand - brandwonden);
3) de geboorte- of sterfplaats;
4) plaats van verering (Geluwe voor geelzicht, Zulte voor zilte of nat eczeem);
5) de heiligen, hun cultus en hun bedevaartplaatsen kunnen ook de voortzetting zijn van prehistorische of heidense goden of cultusplaatsen. Onze Mariaverering verenigt kenmerken van primitieve, Griekse en Keltische moedergodinnen. Meimaand = Mariamaand, was de maand van de Romeinse godin Flora van bloemen en planten. 15 augustus was feestdag van een Keltische oogstgodin. Het liturgisch jaar komt overeen met de Keltische terugkerende jaarcirkel.
Soms werden ziekten genaamd naar een heilige, zoals het "katrienewiel", een huidaandoening, naar de H.Catharina; de St. Vitusdans = neurologische aandoening met oncontroleerbare bewegingen (St. Vitus = Sankt Vith, Saint Guy). Sommige heiligen zijn de uitdrukking van zogenaamde "archetypen", welke in de menselijke geest ingebakken zijn, zoals de strijd tussen goed en kwaad, de held die de draak of de vijand verslaat om een maagd (St Joris) of een volk te redden, soms op risico van zijn eigen leven.
Noodheiligen en volksheiligen
Belangrijk waren de noodheiligen of noodhelpers (een 14-tal) en de populaire of volksheiligen. Ze zijn zeer verschillend van streek tot streek en vooral beschermers van vee en gewassen.
Antonius Abt of Kluizenaar: varkensziekten ("beestepaters" in Gent - het beeld werd opgesteld in varkensstal bij epidemie).
Barbara: tegen bliksem, brand, ontploffingen en plotse dood, patrones van brandweer en ontmijningsdiensten;
Cornelius: hoornvee (= Fr. corne), kinderen;
Cosmas en Damianus: (tweeling-?)broers artsen uit de Romeinse provincie Cilicië, die gratis hun patiënten verzorgden; ze deden als eersten een transplantatie van een onderste lidmaat van een overleden Moor bij een blanke man (!) en werden zo de patroons van artsen en chirurgen (zie afbeelding).
Elooi: paarden, hoefsmeden (was hofsmid aan het hof van koning Chlotarius en Dagobert) = paardenprocessies;
Kristoffel: beschermer van reizigers, vnl. bij onweer, storm en tijdens pestepidemie, zegenen van auto's en andere vervoermiddelen (Sint-Christoffelwijding te Deurle).
Rita: voor hopeloze gevallen en huwelijksproblemen (had een zeer hard leven wegens haar man en kinderen), wordt nog sterk vereerd te Gent bij de Paters Augustijnen.
Margaretha: voor zwangere vrouwen tijdens de zwangerschap en bij de bevalling, deze moesten onder de mantel van de heilige gebracht worden.
Martinus: symbool voor liefdadigheid (zie afbeelding: Winterhulp tijdens WO II)
Afbeeldingen en symbolen
De plastische afbeeldingen van de heiligen met hun attributen of symbolen dienden eigenlijk om de gelovigen die niet of onvoldoende konden lezen of schrijven vertrouwd te maken met de heilige en zijn goede daden als voorbeeldfunctie. Zij moesten steeds gelezen worden als symbolen, die verwijzen naar het uitgebeelde vehaal of als herinnering aan de heiligen en hun deugden. Door sommigen werd echter de geneeskundige kracht aan het beeld zelf toebedeeld, wat echt afgoderij is!
De levensverhalen van de heiligen verraden dikwijls de periode waarin de heilige leefde. Elke fase in de ontwikkelingsgeschiedenis van de Kerk leverde een verschillend type heilige op, wat uit de min of meer chronologische volgorde tot uiting komt.
Hoewel Christus reeds gepoogd had het verband tussen zonde en ziekte te ontkrachten (op de vraag "wat hebben de ouders van dit kind misdaan?" antwoordde hij "deze mensen hebben niets misdaan, maar het was de wil van God") bleef dit aspect tot op de dag van vandaag onterecht verder bestaan.
Moderne heiligen
Johannes Paulus heeft talrijke "nieuwe heiligen" aangesteld, maar ook kregen "oude" heiligen of zalig verklaarden "nieuwere" indicaties:
Pater Damiaan, nu heilig: naast lepra, ook andere ernstige chronische ziekten, zoals Tbc en vooral AIDS;
Leonardus: naast gevangenen, nu ook asielzoekers;
Barbara: naast brandweer, ook ontmijners;
Clara: patrones van radio en TV, zij lag ziek te bed in haar cel tijdens de middernachtmis op Kerstavond, maar kreeg een visioen zodat ze de mis van op afstand kon volgen. De makers van Radio Klara (=KLAssieke RAdio) waren zich vermoedelijk hiervan niet bewust!
Isidoor: schreef in de 16e eeuw een encyclopedisch werk uit 20 volumes met informatie over kunst, wetenschappen, landbouw en de Kerk - patroon van Internet (website van de Nederlandse Kerk = www.isidorusweb.nl
Padre Pio, nu ook heilig: voor zwaar zieken, vooral kankergevallen (= concurrent van onze Broeder Isidoor!).
Besluit
We hebben gepoogd een kort overzicht te geven over het fenomeen van de geneesheiligen, hun ontstaan en hun verspreiding in onze streken. Tot slot dient nog vermeld dat uit meerdere recente studies blijkt dat zieken die zich biddend wenden tot God en de heiligen, sneller genezen na een operatieve ingreep of een hartinfarct. Het is trouwens de ervaring van begeleiders van Lourdes bedevaarten dat weliswaar weinige zieken genezen, maar dat de meesten hierdoor moed putten om verder te leven!
Jan Bouckaert