BEZINNING VAN DE TWAAFDE ZONDAG DOOR HET JAAR
Waarom zo bang zijn?
Als wij in de Bijbel lezen moeten wij ons drie vragen moeten stellen: wat staat hier - wat wil de schrijver ons zeggen - en wat heeft dit verhaal voor ons te betekenen? Wat staat hier?
Als algemene stelregel bij het lezen van een bijbelverhaal, vragen wij ons af: wat wil dat verhaal zeggen? Wie het verhaal letterlijk neemt, leest daarin niet wat de schrijver ons zeggen wil. Zo hebben wij ook hier een beeldverhaal dat een veel diepere betekenis heeft. Marcus wil ons geen beschrijving geven van een storm op het meer. Als dit zo zou zijn, zouden wij ons ernstige vragen kunnen stellen. Hoe kan er zo'n geweldige storm ontstaan op dit betrekkelijk kleine meer? Hoe kunnen die vaklui zo angstig beroep doen op die slapende Jezus? Was Jezus dan echt zo moe?
Wat wil de evangelist ons dan eigenlijk vertellen? Het bootje is een beeld van de Kerk dat in de storm is van de woelige zee van de geschiedenis. De Kerk moet deze storm trotseren om de andere oever te kunnen bereiken.
Welke boodschap heeft dit verhaal voor ons nu? In de storm die de Kerk in onze tijd heeft te trotseren, blijft Jezus ons reddend nabij. Wees niet bang!
In onze ontreddering van wat vandaag in de Kerk gebeurt zouden ook wij kunnen roepen tot Jezus: "Meester, raakt het U niet dat de kerken leeglopen; raakt het U niet dat onze kloosters uitsterven; dat zoveel huwelijken uiteenvallen". "Raakt het U niet dat miljoenen mensen van honger sterven; dat heel de schepping wordt vernield door afval en giftige stoffen?".
Op onze vragen antwoordt Marcus: het raakt de Heer wél, ook al schijnt Hij te slapen; Hij is zijn Kerk altijd nabij. Zeker, Hij neemt het roer van ons niet over, maar Hij is er bij! Herken en zie je zijn aanwezigheid niet, ook in het razen van de storm? Hij blijft ons helpend nabij. Geloven in Jezus wil zeggen, dat we de stormen van het leven durven trotseren, dat we ons aan Hem toevertrouwen in hopeloze situaties.
"Wees niet bang". Weet je hoe dikwijls dit woord in de bijbel geschreven staat? Iemand heeft het eens nageteld: precies 365 keer. Dus één keer voor elke dag van het jaar. Is dat niet voldoende?