BEZINNING BIJ DE TWEEDE ZONDAG DOOR HET JAAR C
Wat zoekt gij?
"Wat zoekt gij?" horen we Jezus vragen aan de apostelen. Het is de eerste vraag die Jezus stelt; een vraag die ons treft omdat we allen zoekenden zijn. Augustinus zei het al: "Onrustig is ons hart..." "Wat zoekt gij?" Met deze vraag raakt Jezus het verborgen heimwee in ieder mens. Wat zoek ik? Het is niet een vraag naar het hier en nu, maar naar de vervulling van het leven. Misschien zegt iemand: "Ik zoek mijn levensvervulling in mijn job".
Maar als die wegvalt? In de erkenning van de mensen?
Maar mensen zijn zo veranderlijk! Zoek ik ze in mijn eigen comfort? Kan ik daarin de zin van mijn leven vinden? Niemand leeft toch voor zichzelf.
Om te weten of Jezus hun de zin van hun leven kan openbaren, gingen Johannes en Andreas Hem achterna en stelden Hem de vraag: "Meester, ar woon je?" Het was geen vraag naar zijn adres, maar wel naar de zin van zijn leven. Toon ons hoe Je leeft, waarvan en waarvoor Je leeft. Jezus gaf weinig uitleg. Hij ging geen discussie met hen aan, maar nodigt hen uit: "Kom en zie". Jezus nodigt uit. Hij dwingt niemand. Maar, "Kom en zie wat Ik doe, en ga waar Ik ga, kom en luister naar wat Ik zeg. Kom en blijf bij Mij".
Johannes en Andreas gingen met Jezus mee en zagen waar Hij thuis was. Jezus was thuis in het gebed: vroeg in de morgen, eenzaam op een berg en diep in de nacht. "Wist gij dan niet dat Ik in de dingen van mijn Vader moest zijn?" Jezus was ook thuis bij zieken en hulpbehoevenden. Lezen we niet in het evangelie dat Jezus naar de zieken ging, dat Hij bij de zieken was, of daarvan juist terugkwam.
Die dag bleven Johannes en Andreas bij Hem. `Blijven' is de voltooiing, het uur van de volheid. Wie Jezus gevonden heeft, heeft de zin van het leven gevonden.
Zullen wij Jezus vinden? Roeping is niet alleen een zaak van God, het is ook een zaak van mensen. Het was Johannes de Doper die de leerlingen Jezus aanwijst: "Zie het Lam Gods". Petrus heeft Jezus gevonden door de getuigenis van zijn broer: "Wij hebben de Messias gevonden". Ook wij hebben mensen nodig, die door hun levenswijze getuigen dat zij bij Jezus hun levensvervulling gevonden hebben. Wie Jezus vinden wil is op andere mensen aangewezen. Wie Jezus gevonden heeft, draagt vanuit die rijkdom ook de zorg mee dat anderen dezelfde ervaring kunnen meemaken of mogen delen.