BEZINNING BIJ DE TWEEDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD.

 

Terwijl Hij in gebed was
Op deze tweede zondag van de vasten stelt de liturgie ons Jezus voor, terwijl Hij aan het bidden is. Het aanzien van zijn gelaat werd anders en zijn kleding werd stralend wit, lazen we.
Dit Thaborgebeuren is eigenlijk een verrijzenisverhaal. De goddelijkheid van Jezus breekt door zijn menselijke verschijning heen. Biddend ontmoet Jezus zijn Vader en krijgt van Hem de verzekering van zijn sterkende aanwezigheid.
Wat met Jezus gebeurde, gebeurt nog steeds.
Terwijl de Kerk aan het bidden is, breekt, zoals bij Jezus van tijd tot tijd, Gods heerlijkheid door. Zeker de Kerk is een Kerk van mensen, omhangen met de pelgrimsmantel, besmeurd met de zwakheid van de wereld. Het is waar, vaak zoekt de Kerk macht, eer en rijkdom, maar terwijl zij aan het bidden is, openbaart zich in haar het mysterie van Gods aanwezigheid in deze wereld. Als de Kerk aan het bidden is verandert zij van aanzien, wordt zij dienstbaar, arm en menslievend. Terwijl zij aan het bidden is wordt zij bereid om evenzeer de vernedering van Golgotha te aanvaarden als de heerlijkheid van de Thabor.
Wij kunnen het jammer vinden dat het gelaat van de Kerk in deze tijd vaak zo vaag, zo bleek wordt, maar als zij in gebed is wordt Gods Geest telkens over haar vaardig zodat zij vervuld wordt met vrede, vreugde, zekerheid. Temidden van de beproevingen van deze tijd, zal Gods Geest het aanzien van de Kerk veranderen, zodat zij Gods bevrijdende aanwezigheid in deze wereld kan uitstralen.
Terwijl de Kerk aan het bidden is, zal plotseling duidelijk worden, hoeveel liefde in de Kerk voorhanden is, hoeveel troost zij brengt, hoeveel hoop zij aan mensen schenken kan, hoeveel heiligen en martelaars zij ook in deze tijd voortbrengt. Zij deelt ook vandaag aan het Thaborgebeuren van de Heer Jezus.
En wat met de Kerk gebeurt, gebeurt ook met ons, terwijl wij aan het bidden zijn. Als gedoopten dragen wij nu reeds, in het verborgen, Gods heerlijkheid in ons. Terwijl wij aan het bidden zijn, wordt Gods Geest over ons vaardig, gaat ook over ons Gods hemel open en worden wij, ook als wij het niet zien of ervaren, opgenomen in het stralend licht van de Heer Jezus, en horen wij de stem: Luister naar Hem!. Wij gaan van het ene godswoord tot het andere, van de ene viering naar de andere, van de ene godservaring naar de andere, zeker nog steeds in het geloof, zonder het te zien. Maar Gods Geest zal in ons hart getuigen dat wij kinderen van God zijn en dat we het licht van Christus reeds in ons dragen.
Terwijl wij aan het bidden zijn... daar ligt het geheim. In het gebed doorstraalt ons Gods heerlijkheid en verlicht ze de diepste kern van ons wezen. Zo kan het zijn dat anderen bij ons dat licht komen zoeken. Immers zoals een diamant, in zichzelf duister, de stralen opvangt van de zon, zo mogen wij, alhoewel wij zondig en zwak zijn, getuigen worden van Gods heerlijkheid en anderen verlichten. Wat het gebed toch bewerken kan!