BEZINNING BIJ DE TWEEDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD.

 

Zijn heerlijkheid is de volle maat van de liefde

 

Het evangeliefragment, het verhaal over de verheerlijking op de berg Thabor, verrast ons. Temeer daar wij het lezen midden in de veertigdagentijd. Het hoort meer in de sfeer van Hemelvaart. Daar zijn het dezelfde woorden die wij vandaag ook horen. "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde". Om het thaborgebeuren enigszins te begrijpen, moeten wij beginnen bij het slot van dit evangelie. Daar staat: "Hij verbood hen aan iemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan". In de visie van Marcus is Jezus niet door zijn verkondiging, en ook niet door zijn macht om wonderen te doen de veelgeliefde Zoon, maar door zijn vrijwillige aanvaarding van de kruisdood.

Jezus heeft zijn heerlijkheid verworven door zich te ontledigen. De glans van zijn heerlijkheid heeft niets te maken met de heerlijkheid waarmee de machtigen der aarde zich omringen; een heerlijkheid die vaak door ongerechtigheid veroverd is. De heerlijkheid van Jezus wordt zichtbaar als Hij de moegelopen voeten van zijn leerlingen wast, als Hij in bewuste gehoorzaamheid de weg van het kruis aanvaardt. Zijn heerlijkheid is de volle maat van de liefde.

Toen de leerlingen rondkeken, zegt Marcus, zagen ze plotseling niemand anders dan Jezus alleen. Zullen ook wij eens mogen delen in de heerlijkheid van Jezus, dan zullen wij eerst samen met Hem moeten afdalen naar de vlakte van het menselijk lijden, naar de armen en zieken, naar de marginalen en de uitgestotenen. Daar kan het voor ons gebeuren en nergens anders.

Nu begrijpen wij misschien toch waarom dit verrijzenisverhaal juist bij het begin van de vasten wordt gelezen. Wij worden dagelijks geconfronteerd met mensen in nood, met oorlog en geweld, met natuurrampen. Onze liturgie en ons gebed mogen geen tenten zijn, die worden rechtgezet boven op de berg, maar we moeten afdalen naar de concrete mens in nood. Wij moeten zoals Jezus door de duistere tunnel van het lijden gaan; lief en leed delen met de mensen in de vlakte en dit niet noodgedwongen, maar vanuit de vrijheid van ons geloof. Vandaag werd ons de heerlijkheid van Jezus geopenbaard, de heerlijkheid waarmee Hij ook ons bekleden zal als wij zijn weg ten einde toe gaan.