BEZINNING BIJ DE TWEEËNDERTIGSTE  ZONDAG DOOR HET JAAR.

DOOD EN WAT DAN?

De voorstellingen die de christenen vandaag hebben over een leven na de dood cirkelen tussen twee extremen. Het ene extreem: het leven na de dood is een voortzetting van dit aardse leven, mogelijk in een andere wereld. De Sadduceeën stelden zich de verrijzenis ook zo voor, alsof men nog zou huwen en uitgehuwelijkt worden in het komende leven. Zelf wisten ze wel dat hun vraag nergens op sloeg maar ze wilden zo het geloof in de verrijzenis puur belachelijk maken.

Het andere extreem is, als ik het zo mag uitdrukken, een eeuwig alleluja zingen voor de Heer, een zalig niets doen. Beide voorstellingen zijn oorzaak van de twijfel die ook nu zelfs bij de christenen welig tiert.

De vraag van de Sadduceeën is duidelijk: Als een vrouw zeven keer gehuwd is, van welke man zal zij dan de vrouw zijn in de hemel? De Sadduceeën stellen zich het leven na de dood dus voor als een verlengstuk van ons aardse bestaan, zo iets als het ontwaken van een slapende, die zich weer in dezelfde toestand bevindt als voordat hij insliep. En omdat zoiets indruist tegen het gezond verstand, loochenden zij het voortbestaan na de dood. En dat doen wij ook al te gemakkelijk: wij kennen alleen het leven hier op aarde. En als wij dan die aardse manier van leven overbrengen op het leven na de dood, komen wij tot dezelfde scheve voorstelling als de Sadduceeën: een beetje als een verlengstuk van ons aards bestaan: bloed dat weer door onze aderen stroomt, longen die weer in- en uitademen, een lichaam dat eet en drinkt met ogen die kijken en oren die luisteren. En omdat wij ons dat niet kunnen voorstellen kunnen wij ook moeilijk het geloofspunt aanvaarden van een eeuwig leven na de dood.

En wat leert Jezus? Op de eerste plaats bevestigt Jezus het voortbestaan van de mens. Het is wel een ander leven, het is niet van deze wereld, het is niet sterfelijk, niet gebonden aan tijd en plaats. Paulus zegt terecht: "Geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben". Hij zegt het heel duidelijk; het gaat onze voorstelling te boven.

Op de tweede plaats wijst Jezus de Sadduceeën terug met hun opvatting over de verrijzenis waardoor ze de hele zaak belachelijk willen maken. Jezus zegt: "De doden zullen als engelen zijn, kinderen van de verrijzenis. Voor God zijn allen levend".

Ons geloof in het eeuwig leven is een bron van levenskracht om ons leven zo in te richten dat wij eens uit de mond van de Heer van leven en dood deze woorden mogen horen: "Komt gezegenden van mijn Vader en neemt bezit van het rijk dat voor u bestemd is sinds de grondvesting van de wereld".

Ons verrijzenisgeloof vloeit voort uit Gods liefdevolle trouw. God blijft ons liefhebben en zijn liefde is leven gevend, over de dood heen. God blijft de bron van leven voor en na de dood. En vraag mij nu niet hoe dat allemaal zal zijn. De liefde leeft van verrassingen. Laat ons maar verrassen door Gods liefde.