BEZINNING BIJ DE TWEEËNDERTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR.

 

Houd de lamp brandend

De parabel van de verstandige en de domme bruidsmeisjes was een van de meest geliefde parabels van de eerste christenen. De tien bruidsmeisjes staan uitgebeeld op vele graven in de catacomben, op de mozaïeken in de absis van de kathedralen, in glasramen. Ze hebben gewoonlijk een banderol in de hand waarop: "Zie de bruidegom komt...", want de eerste christenen zagen gespannen uit naar de nakende komst van de Heer.

Deze parabel heeft voor ons een drievoudige boodschap:

- De Heer komt. In elke eucharistieviering belijden wij: Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt. Ja, zolang moeten wij wachten en zolang laat de Heer op zich wachten. Wanneer? Zeker eens!

- Voor de komst van de Heer moeten wij klaar staan, moeten wij de lamp van de hoop brandend houden. Wij mogen niet inslapen want als je niet gereed bent, sta je voor een gesloten deur. Wees dus waakzaam.

- Wachten is niet gemakkelijk. De eerste christenen dachten dat de Heer nog tijdens hun leven zou wederkeren. Immers Paulus schrijft: `Wij, die nog in leven zijn bij de komst van de Heer". Langzamerhand werd het hen duidelijk dat de Bruidegom op zich hen liet wachten en Petrus troostte zijn christenen met de woorden: `Bij Hem zijn duizend jaren als een dag'. Dat moet een pijnlijke ervaring zijn geweest en stilaan doofde de hoop en `zij dommelden in'.

Daarom roept Jezus op in het evangelie van vandaag:

`Wees waakzaam, houd de lamp brandend'. En de Kerk bidt: `dat wij zo door de aardse dingen heen gaan dat wij het uitzicht op het eeuwig leven niet verliezen'. Voor ons is wachten bijzonder moeilijk omdat we te zeer gewend zijn dat onze verwachtingen direct worden vervuld. Als wij, christenen, willen wachten op de dingen die komen gaan, moeten wij een lange adem hebben. Zoals de bedoeïenen palmbomen planten die pas vrucht dragen voor hun kleinkinderen.

Hoe wij moeten wachten vertelt ons een middeleeuws verhaal. Een ridder kwam voorbij een kapel. Hij hoorde een stem: `na zes uur'. Hij schrok en meende daarin een aankondiging te horen van zijn aanstaande dood. Maar de dood kwam niet. Hij dacht: dan is het zes dagen, en hij benutte die dagen om zijn zaken met God en zijn medemensen te regelen. Na zes dagen leefde hij nog. Nu dacht hij: dan na zes maanden. Weer leefde hij heel bewust naar God toe. Maar na zes maanden was hij nog altijd in leven. Hij dacht dan: dat moet betekenen zes jaar. Maar na zes jaar leefde hij nog. Maar die stem had een totale verandering bewerkt in zijn levenshouding. Dankbaar leefde hij elke dag verder, maar hield zijn blik gericht op de dag die zeker komen zou.

De parabel zegt ons niets over het aantal mensen voor wie de deur op slot zal blijven. Hij legt de nadruk op de vreugde van het bruiloftsfeest. Daarom die mooie beelden van lampen, licht en olie. `Zie de Bruidegom komt, trek Hem tegemoet'.