BEZINNING BIJ DE TWEEËNDERTIGSTE  ZONDAG DOOR HET JAAR.

 

Zij gaf alles

Het evangelie begint met een voorbeeld van de verkeerde vroomheid. De acteurs zijn de schriftgeleerden. Zij liepen namelijk graag in lange kleren rond als uitdrukking van hun waardigheid. Arme werkende mensen liepen in korte kleren. Zij lieten zich graag groeten door het publiek op de markt, en ze waren eropuit de ereplaatsen te bekleden. Nu worden de verwijten van Jezus nog harder: zij slokken de huizen op van de weduwen terwijl zij voor de schijn lange gebeden verrichten. Over zulke vroomheid zegt Jezus: hoed u daarvoor.

Als tegenverhaal geeft Marcus het voorbeeld van de arme weduwe, die een penninkje gaf. Jezus zat, zo vertelt ons de evangelist, tegenover de offerblok en zag hoe vele rijken er van hun overvloed offerden. Er kwam ook een arme weduwe die er twee penningen liet invallen, ter waarde van één cent. Juist deze weduwe werd door Jezus geprezen. Zij had meer dan al de anderen gegeven. De rijken gaven van hun overvloed, maar zij offerde van haar armoede, al wat ze bezat, alles waarvan ze leven moest.

Ons worden twee voorbeelden van vroomheid getoond. Eén wordt door Jezus afgewezen de ander geprezen. Blijft de vraag: Hoe staat het met mijn vroomheid? Deze vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Elke mens heeft zijn eigen karakter, zijn eigen geweten, en zo mag ieder van ons een eigen vroomheid hebben. Maar er bestaan maatstaven waaraan iedereen de echtheid van zijn vroomheid kan afmeten.

Sommigen beperken hun vroomheid tot een trouwe aanwezigheid in de zondagsviering, terwijl anderen alle aandacht besteden aan de naastenliefde. De eersten zijn trouwe kerkbezoekers, maar houden zich totaal buiten de spanningen in Kerk en wereld; de tweede groep speelt in op de problemen van deze tijd, maar staat los van het kerkgebeuren. Wie is goed? Wie niet? De mysticus meester Eckhart heeft in zijn tijd al een modem antwoord gegeven op deze vragen. Aan een wijze man werden drie dingen gevraagd: 1. Welk is het belangrijkste uur in een mensenleven? 2. Wie is de voornaamste persoon in je leven? En 3. Wat is het noodzakelijkste werk? Hij antwoordde: "Het voornaamste uur is het nu; de voornaamste persoon is diegene met wie je aan `t spreken bent en het voornaamste werk is een daad van liefde die je nu kunt doen".

Toegepast op ons: een hedendaags christen zal creatief en moedig moeten zijn om de tekenen van de tijd te verstaan, en ook om wegen en middelen te vinden om samen met anderen iets te doen aan de problemen van medemensen. Gebed en bezinning kunnen ons hierbij helpen.