BEZINNING BIJ DE TWEEËNTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR.
DE STRIJD OM DE EERSTE PLAATS
Er staan gelijkenissen in het evangelie die een bijzonder licht werpen op onze huidige situatie. Daartoe behoort deze kleine opmerking van Jezus, toen Hij zag hoe de genodigden de voornaamste plaatsen aan tafel uitzochten. De strijd om de eerste plaats gaat als een bloedig spoor door heel de mensengeschiedenis. Hoeveel geld is er geofferd, hoeveel bloed is er vergoten om groter, rijker, machtiger te zijn als de anderen.
De strijd om de eerste plaats daar gaat het toch nog steeds om, heel ons economisch stelsel is daarop gericht; daar gaat het om in elke verkiezingscampagne, daar gaat het jammer genoeg ook nog om binnen de Kerk. Zoveel kleuren: zwart, paars, rood, wit. Zoveel titels: eerwaarde, excellentie, eminentie.
Dit streven naar de eerste plaats is eigenlijk iets heel vreemds. Wie op de eerste plaats zit, is altijd een eenzaam mens. Hij kan niemand naast zich hebben. Hij moet altijd waakzaam zijn, want vlak naast hem zitten mensen, die hem zo vlug mogelijk van die plaats willen afduwen. Hij heeft altijd mensen nodig, die hij moet dienen, opdat zij hem willen ondersteunen.
Jezus zegt heel eenvoudig: doe het anders, ga op de laatste plaats zitten. Dat zegt Hij niet als een regel van wellevendheid, niet dat je dat moet doen om hogerop geplaatst te worden. Neen, maar omdat er in het koninkrijk Gods geen eerste of laatste plaats meer zal zijn. Wij hoeven onze plaats niet te verdienen, God zal ze ons eenvoudig schenken.
Jezus zelf heeft altijd de laatste plaats gekozen. Hij was samen met de kinderen, de armen, de zieken en de zondaars.
Als je een feest geeft, zegt Jezus, nodig dan niet je vrienden of rijke buren uit, in de hoop dat ze op hun beurt jou zullen uitnodigen en je het dus terugkrijgt, neen doe zoals God: nodig belangeloos de armen, de gebrekkigen uit. Dan zal God het je vergelden.
Deze heel gewone leefregel van Jezus zou onze maatschappij totaal veranderen. Stel je voor wat er gebeuren zou als iedereen de laatste plaats zou opzoeken, achteraan.
Zouden wij zo de wereld niet een beetje kunnen inrichten? Gewoon zelf op de laatste plaats gaan staan. Het zou heilzaam zijn voor onszelf, wij zouden niet zo vlug meer gekwetst en gefrustreerd zijn. Heilzaam ook voor onze vriendenrelaties. We moeten steeds behoedzaam zijn om toch niemand te vergeten, niemand over te slaan. Heilvol tenslotte voor de maatschappij, als wij de zieken, de gebrekkigen, de vreemdelingen eens weghaalden van die laatste plaats, wat zou er dan ruimte vrijkomen voor vriendschap en solidariteit, voor vrede en verdraagzaamheid.
Zo droomde het Maarten Luther King, hij stond zijn plaats af aan armen en verdrukten: "Ik heb een droom..."
Aan de verwerkelijking van deze droom willen wij in de geest van Jezus ongetwijfeld allemaal meewerken.