BEZINNING BIJ DE VIERDE PAASZONDAG.
Door God gekend zijn
Het beeld van een herder met zijn schapen is uit onze leefwereld verdwenen. Wij kennen dat niet meer. En schapen zijn niet meer wat ze vroeger waren. Wij worden er niet graag mee vergeleken. In de tijd van Jezus was dat anders. De joden waren een herdersvolk. De leiders van hun volk waren herders: Abraham bijvoorbeeld, de vader van het geloof; Mozes, de redder van het volk en David, de grote koning was eveneens herder. Israël noemde zelfs hun God: Herder van het volk.
Als Jezus zich hier voorstelt als herder dan wil Hij hiermee zijn verhouding tot zijn volgelingen duidelijk maken. Om dit beter te begrijpen kunnen wij misschien best beginnen met het contrastbeeld: de huurling. Voor hem zijn de schapen nummers. Zij interesseren hem alleen omwille van de wol en het vlees. Hij heeft geen hart voor zijn schapen, zegt Jezus. Tegen deze achtergrond steekt het beeld van de goede herder sterk af. Hij kent elk schaap bij naam, d.w.z. hij heeft met elk schaap een bijzondere band. Elk schaap mag zijn zoals het is. De goede herder leeft voor zijn schapen, niet alleen met woorden maar met de inzet van zijn eigen leven.
Maar wat wil dit zeggen buiten de beeldspraak? Jezus bedoelt: Ik ken de mensen. Hij kent de mensen niet oppervlakkig, maar vanuit zijn hart. Zoals Hij de Vader kent, zo kent Hij ook ons. Een geweldige boodschap: gekend en geliefd zijn door God. Jezus kent mij met mijn eigenaardigheden, met mijn goede en slechte kanten. Zoals ik ben, kent Hij mij. En zoals ik ben, bevestigt Hij mij. Wat er ook in mijn leven gebeurd is, Hij neemt mij aan. In de eerste brief van Sint-Jan staat een zin die niemand ooit zou durven uitspreken: "Zelfs als ons hart ons aanklaagt, weet dat God groter is dan ons hart", dat wil zeggen als wij ons hart niet kunnen tot rust brengen. God kan het. En Paulus getuigt: "Hij heeft mij liefgehad en zichzelf voor mij overgeleverd". Misschien mogen wij zeggen: net zo weinig als een schaap zijn herder begrijpt zo weinig begrijpen wij de verrezen Heer.
Maar, als we de vergelijking doortrekken kunnen wij zeggen: zo zinvol het is dat een schaap zich toevertrouwt aan de herder, zo zinvol is het ook dat wij ons in geloof aan Jezus toevertrouwen. Eéns zal Hij ons dit mysterie van liefde openbaren.
Deze persoonlijke verhouding is alleen dan mogelijk in de mate dat wij herder voor anderen willen zijn. Zo niet is onze liefde tot Jezus maar zelfbedrog. De liefdevolle zorg voor de anderen is de proefsteen voor ons, dat wij de goede herder kennen en volgen.