BEZINNING BIJ DE VIERDE ADVENTSZONDAG
God, moeder en vader
Geen parabel zal Jezus zo overtuigd verteld hebben als deze parabel van zijn
barmhartige Vader. Daarin schetst Hij ten diepste het wezen van God zelf: de
barmhartigheid. Het gaat hier niet op de eerste plaats over de verloren of de
oudste zoon, Jezus vertelt deze parabel om zijn eigen handelwijze te
rechtvaardigen; om te antwoorden op de vraag: waarom Hij zondaars ontvangt en
met hen eet. Zo doet mijn Vader ook.
Vandaag zou Jezus deze parabel wellicht anders vertellen. Hij zou het hebben
over de moeder van de verloren zoon. De gevoelens die Jezus die vader laat
bezielen zijn bij uitstek moederlijke gevoelens. Rembrandt heeft dit al
aangevoeld toen hij het tafereel 'de verloren zoon' schilderde. Op dit beroemde
schilderij is het heel opvallend dat hij een mannenhand en een vrouwenhand op de
rug van de zoon laat rusten. En de jongen heeft zijn rust gevonden in de schoot
van zijn vader. Daar is hij eindelijk thuis. Lucas schildert de terugkeer met
vijf werkwoorden: hij zag hem aankomen, hij werd door medelijden bewogen, hij
snelde op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem. Dat zou 'een vader' niet zo
gemakkelijk doen. Hij zou niet gelopen hebben. Hij zou gewacht hebben op een
verontschuldiging, hij zou een hartig woordje met zijn zoon gesproken hebben.
Maar van een moeder kan men zo'n optreden verwachten. De moeder zag hem in de
verte aankomen: haveloos, hulpeloos, waardeloos. Zo ziet een moeder. Zij werd
door medelijden bewogen, letterlijk staat het er, zij werd tot in haar
ingewanden geroerd.
Barmhartigheid komt van het woord moederschoot, zij werd tot in haar
moederschoot geroerd: je hebt meer verdiend, zo mag je niet zijn. Zij snelt hem
tegemoet, zij valt hem om de hals en blijft hem kussen. Die vodden aan zijn
lijf. Haal vlug het mooiste kleed. Barrevoets: trek hem sandalen aan, steek hem
een ring aan zijn vinger. Het is mijn jongen! Laat ons feestvieren. Allemaal
gebaren van moederlijke tederheid. Zij drukt hem aan haar hart zonder verwijt,
zonder iets te vragen, zonder iets te verlangen. Zo kunnen we de parabel
wellicht veel beter verstaan. Waarom heeft Jezus hem dan zo niet verteld? In de
mannenmaatschappij van toen, waarvan wij ook ons Godsbeeld hebben overgeërfd,
moest Jezus hem wel zo vertellen.
En de joden van toen hebben het goed begrepen. Jezus schetste een ander beeld
van God dan het beeld dat zij predikten: een strenge vader, even streng en
meedogenloos als zijzelf. Jezus wees op een God die moederlijk goed is.
En tot ons! Heb dezelfde moederlijke gevoelens als God. Laat je liefhebben door
God, ook al ben je een verloren zoon. Leef niet als de oudste zoon, van recht en
gerechtigheid. Je kunt God niet als vader hebben, als je niet elke mens als
broeder aanneemt. Laat Pasen een feest van verzoening zijn.