BEZINNING BIJ DE VIERENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR.

DE BARMHARTIGE VADER

Deze parabel van amper 20 verzen heeft drie hoofdpersonen. De jongste zoon, hij houdt van avontuur; de oudste zoon, een arbeidzaam en wetsgetrouw iemand en de barmhartige, uiterst geduldige vader. De jongste zoon wil een ander leven, hij wil van huis weg, hij wil de vrijheid, de onafhankelijkheid, hij wil zijn eigen leven in handen nemen. Zo zijn er tegenwoordig nog jongste zonen, die denken dat zij in de christelijke gemeenschap de geborgenheid en vrijheid niet kunnen vinden waarvan zij dromen, die zelfstandig en vrij hun leven willen uitbouwen.

De oudste zoon is zeer arbeidzaam, plichtsgetrouw, maar ook ijverzuchtig en enghartig. Hij heeft geen oog voor de ander, kan zich niet verheugen. Zulke oudste zonen zijn er tegenwoordig ook nog, vooral onder de oudere christenen, mensen die in de Kerk blijven, maar er niet tevreden zijn, zonder bezieling hun plicht vervullen, maar geen kennis hebben van de liefde van de Vader. De sleutelfiguur van de parabel is heel duidelijk de vader. Hij wordt bewogen door barmhartigheid. Hij blijft beide zonen meedragen. Hij houdt van de jongste en hoopt op een terugkeer. Hij houdt van de oudste, en hoopt dat zijn hart ontvankelijk wordt voor de liefde. Dag na dag staat de vader op de uitkijk naar zijn jongste zoon en... na vele jaren ziet hij hem al in de verte aankomen, haveloos, hulpeloos en waardeloos. Hij drukt hem tegen zijn hart zonder een verwijt, zonder iets van hem te vragen. "Mijn zoon!"

De oudste zoon blijft buiten staan, hij kan niet delen in de barmhartigheid van de vader. Maar de vader gaat naar hem toe en vraagt: kom, deel in mijn vreugde. Maar voor de oudste is zijn broer allang dood, die zoon van u, noemt hij hem. Hij staat mijlen ver weg van zijn vader. Ook hem dwingt de vader niet, vraagt hem alleen zijn broer op te nemen in zijn hart.

De parabel van de verloren zoon is de tragedie van de mens, die niet bemind wil worden. Wie het vaderhuis verlaat, treedt uit het huis van de liefde, waarnaar men moet terugkeren, onweerstaanbaar, om zichzelf te vinden, om zijn broer te vinden. Elk hart keert vroeg of laat terug naar de bron van de liefde.

Dat is de blijde boodschap die Jezus ons verkondigt. Hoe de mens ook verdwaald geraakt in crisissituaties, in gevarenzones, hij zal niet veroordeeld worden, op voorwaarde dat hij zich laat omarmen door de vader, die hem zal dragen en redden. God blijft altijd een God die leeft en leven doet.

Het is niet zo gewichtig of u zich nu beschouwt als de oudste of als de jongste, als u maar wilt delen in de barmhartige gezindheid van de vader. Dan wordt alles goed.