BEZINNING BIJ DE VIJFDE PAASZONDAG.
Het testament van Jezus
Uit het evangelie van vandaag - het testament van Jezus - lezen we dat de leefregel van de Kerk de liefde is. Ik wil u dat duidelijk maken door een oud verhaal. Johannes, de jongste leerling van Jezus, werd volgens de traditie meer dan honderd jaar. Hij woonde in Efese. Hij was de laatste leerling die Jezus nog persoonlijk had gekend. Toen het Pasen werd, zeiden de christenen van Efese: "Wij konden Johannes vragen om te preken. Hij is nu nog de enige leerling die Jezus persoonlijk gekend heeft". Op die Paasdag kwamen de christenen van heinde en ver om naar Johannes te luisteren. Maar Johannes hield slechts een preek van drie woorden: "Kinderkes, bemin elkander". Meer zei hij niet. De mensen waren teleurgesteld. Zij hadden gehoopt dat Johannes veel over Jezus zou hebben verteld wat zij nog niet wisten. Enkele jaren later zeiden de christenen opnieuw: "Het wordt weer Pasen, we moeten toch nog eens vragen of Johannes wil preken en iets over Jezus wil vertellen." De oude Johannes werd op een stoel de kerk binnengedragen en na het evangelie zei hij: "Kinderkes, bemin elkander". Meer zei hij niet. De gelovigen waren bedroefd en zeiden: "Johannes wordt oud; hij zegt altijd hetzelfde". Jaren later - Johannes leefde nog - zeiden de christenen opnieuw: "Het is misschien de laatste keer dat wij de leerling van Jezus in ons midden hebben. Wij moeten hem nog eens vragen of hij ons iets bijzonders over Jezus wil vertellen". En weer droegen ze hem de kerk binnen. Na het evangelie stond Johannes met moeite op en zei: "Kinderkes, bemin elkander". Toen werden de mensen bedroefd en riepen: "Kun je ons dan niets anders vertellen over Jezus?" Johannes zweeg een tijdje en zei: "Neen, dat is het enige wat Jezus ons geleerd heeft". Wat de christenen van Efese 'Het testament van Johannes' zijn gaan noemen, is in werkelijkheid niets anders dan het testament van Jezus zelf, zoals wij dit hoorden in het evangelie: "Een nieuw gebod geef Ik u: "Gij moet elkaar liefhebben zoals Ik u heb liefgehad".
Liefhebben is een versleten woord. Er is geen enkel woord dat zoveel over de lippen van de mensen komt als het woord 'liefde'. Alles draait om de liefde. Je kunt van alles houden. Je kan van God houden. Je kan van de mensen houden. Je kan van sport houden. Je kan van je poedel houden..., maar iedereen weet dat wanneer hij zegt: "Ik hou van...", hij telkens door iets of iemand wordt aangesproken. Met zijn nieuw gebod wil Jezus niets anders dan onze verhouding met God en de mensen aanscherpen. Hij wil dat wij in onze handel en wandel iets uitstralen van zijn liefde. De eerste christenen leerden dat van Hem zeiden de heidenen: "Zie ééns hoe ze elkaar liefhebben", gedreven, gevoed door de bron van de goddelijke liefde.
Eigenlijk had Johannes groot gelijk toen hij preekte: "Kinderkes, bemin elkander", want dat is alles wat Jezus ons geleerd heeft en dat is ook genoeg. De liefde is als de zon, wie de liefde heeft kan veel missen, wie de liefde niet heeft, mist alles. Onze wereld zal niet ten gronde gaan aan gebrek aan kennis of vaardigheid, maar door gebrek aan liefde.