BEZINNING BIJ DE VIJFDE PAASZONDAG.
Blijf in mijn liefde
In het evangelie van vandaag lezen we het testament van Jezus. Zijn laatste wilsbeschikking. Het zijn woorden genomen uit de afscheidsrede tot zijn apostelen bij het laatste avondmaal.
In het beeld van de wijnstok vertolkt Jezus zijn hartenwens: "Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Blijf in Mij, dan brengt gij rijke vrucht voort".
Het beeld van de wijnstok spreekt van een intense eenheid. In Jezus zijn wij allen verbonden in liefde. In het doopsel werden wij op de ware wijnstok geënt en leven wij vanuit de kracht van de Geest, die wij in het vormsel overvloedig ontvangen hebben. Door de H. Communie groeien wij allen samen tot een geestelijke levenskracht voor heel de wereld. Jezus is de goddelijke wijnstok; wij niet. Wij en Jezus zijn niet dezelfde. Hij is de wijnstok en wij zijn de ranken. Ieder heeft zijn zelfstandigheid. Wij moeten wel zorg dragen dat wij ons niet losmaken van de wijnstok, want dan worden wij vruchteloos en totaal overbodig.
Bij het `blijven' in Jezus hoort ook dat wij blijven binnen de Kerk van Jezus, binnen onze geloofsgemeenschap; wij ranken van dezelfde wijnstok. Wij delen met elkaar het goddelijk leven. Dat blijven in Jezus is geen vrucht van een taaie inspanning die van onszelf uitgaat, het is veel meer een zich laten dragen in de liefde. "Blijf in Mijn liefde".
Het is opvallend dat Jezus, in dit korte verhaal, tot achtmaal toe spreekt over vruchten dragen.
Dat moet Jezus wel zeer ter harte gaan. Een wijnstok is een wonder van vitaliteit, hij kan 200 tot 300 kilogram druiven voortbrengen. Maar zegt Jezus: "Los van Mij, zonder Mij kun je niets". Of wij vrucht dragen hangt af van onze verbondenheid met Hem en met heel de gemeenschap van zijn Kerk. Vooraleer Jezus spreekt over vrucht dragen, spreekt Hij van `in' Hem blijven. Wij hoeven niet op de eerste plaats te presteren. Vrucht dragen hangt af van de maat van onze verbondenheid met Jezus. De vruchtbaarheid hangt niet af van eigen energie, maar van de levensstroom van de wijnstok. Niet onze inzet schept grote vruchtbaarheid, maar onze openheid voor de Geest van Jezus, die langs en door ons rijke vruchten schenken wil.