BEZINNING BIJ DE VIJFDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD.
De graankorrel moet sterven
Er is wel geen tekst waarmee Jezus zo duidelijk de zin "Als de graankorrel niet sterft, blijft hij alleen; als hij weet te sterven brengt hij honderdvoudige vrucht voort". Deze zin komt uit het hart van Jezus. Hij kiest een beeld uit het dagelijks leven. Als de graankorrel niet wordt uitgezaaid in de aarde, blijft hij alleen en sterft, maar in de aarde gelegd moet hij weliswaar vergaan en dan brengt hij overdadige vrucht voort.
Wij zien dit ook gebeuren in de natuur. De lente overwint de winter. Zo gebeurt het ook in het dagelijks leven. Als een zuigeling zelfstandig wil leren eten, moet hij aan de moederborst en aan de fles ontwend worden. Als hij wil leren lopen, moet de moeder haar beschermende handen wegnemen. Als hij naar school wil gaan, moet hij de geborgenheid van de kleine familie loslaten. Wil iemand een topsportman worden, moet hij zich veel ontzeggen. Het tegendeel is ook duidelijk. Een mens die alles wil vasthouden, niets wil loslaten, blijft heel zijn leven infantiel. Zijn leven blijft onvruchtbaar en eindigt in eenzaamheid.
Deze wet van sterven om te leven heeft een heel diepe betekenis in het leven van Jezus. Jezus heeft zichzelf ontledigd, Hij is aan de mensen gelijk geworden, "Hij heeft zich vernederd tot de dood van het kruis, maar daarom heeft God Hem hoog verheven". Jezus is, zoals de pelikaan die we dikwijls afgebeeld zien op het tabernakel. Van de pelikaan zegt men dat, wanneer hij geen eten vindt voor zijn jongen, hij zich de borst openpikt om met zijn eigen bloed zijn kroost te voeden. Zo heeft Jezus het ook gedaan. Hij heeft zijn bloed vergoten opdat anderen zouden leven.
Jezus heeft vrijwillig zijn lijden en dood ondergaan, niet omdat Hij wilde lijden, maar omdat dit een noodzaak was om de mensen deelachtig te maken aan het nieuwe leven. Jezus koos niet het lijden, maar het leven. Zoals een moeder kan verlangen naar de barensweeën, niet omdat ze graag lijdt, maar omdat ze zo het leven kan schenken aan haar kind. Zo ook kunnen wij het lijden alleen aanvaarden in zover wij kunnen inzien, dat daaruit nieuw leven kan geboren worden voor anderen. Sterven om te leven: dat is menselijk zinvol als wij dat beleven in verbondenheid met Jezus. Wij mogen samen de vrucht van de graankorrel ontvangen, het brood des levens als voedsel voor onderweg, maar ook als brood voor anderen, zodat de ene mens kan leven voor de andere.
Zoals Jezus moeten wij bereid zijn te delen, iets van ons zelf prijs te geven in dankbaarheid aan de ander, want: "Als de graankorrel sterft, brengt hij rijke vruchten voort". Het leven leert ons elke dag: wij ervaren geluk en vreugde in de mate dat wij geluk en vreugde schenken aan anderen.