BEZINNING BIJ DE VIJFENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR.
GOD OF DE MAMMON
Er zijn parabels die meer problemen scheppen dan oplossen. Het verhaal van de onrechtvaardige rentmeester, dat we zo juist gehoord hebben, is daar wel een voorbeeld van. Wat hier van de rentmeester verteld wordt is puur wanbeheer en oplichterij en dat kan ook door Jezus niet goedgepraat worden.
Wat de rentmeester doet, kan niet door de beugel. Terecht noemt Jezus hem een 'onrechtvaardige rentmeester'. Als Jezus hem toch prijst, is het omdat de man zich bewust is van wat hij kan en niet kan. "Spitten kan ik niet, bedelen wil ik niet". Dan valt hem iets binnen wat hij wel kan. Hij roept de klanten van zijn heer bij zich en hij vermindert grootmoedig hun schuld. Natuurlijk, dat laten die zich geen twee keer zeggen. De rentmeester kan erop rekenen dat zij hem dat later wel zullen vergelden. Zo heeft hij zijn toekomst verzekerd.
Neen, Jezus keurt deze praktijk absoluut niet goed, maar Hij prijst hem in zover hij vooruitziend is. Jezus wil alleen zeggen: zo slim als die rentmeester was, als kind van de duisternis - om gewoon zijn hachje te redden - zo vindingrijk en creatief moeten ook de kinderen van het licht zijn als het gaat om de toekomst van gerechtigheid, liefde en solidariteit. Jezus constateert dat de kinderen van het licht zich lang niet zo consequent en efficiënt inzetten in dienst van het goede. Op dat punt zouden wij nog veel kunnen leren van hen die geld beheren. Zie maar, wat voor offers zij zich getroosten, hoe ze zich bijscholen, hoe vooruitziend ze zijn...
De redenering van Jezus is perfect te volgen. Wij mogen gerust een beetje meer gemotiveerd en creatief zijn, in het zoeken naar nieuwe wegen en het bedenken van nieuwe middelen om de toekomst van de armen en ontheemden veilig te stellen. Tegenover zoveel onrecht in onze wereld mogen wij niet passief blijven en is middelmatigheid en sleur uit den boze. Wij moeten gemotiveerd bezig zijn om aan alle mensen gelijke kansen te geven, om te zorgen dat de goederen van deze aarde beter verdeeld worden. Als wij eerlijk durven nadenken moeten wij toegeven dat door onze traagheid van hart, onze halfheid, ons geen aandacht hebben voor Gods Rijk, wij, christenen, medeschuldig zijn voor het vele onrecht in deze wereld. Wij dienen nog steeds God én de mammon en dat kan niet.
Dat is het wat deze parabel ons wil leren. Laten wij ernstig overleggen wat wij willen doen. Als wij met onszelf alleen bezig blijven, dan verliest door ons het Rijk Gods een grote kans en wordt de wereld niet beter.