BEZINNING BIJ DE ZESDE ZONDAG DOOR HET JAAR.

 

De boodschap van de zaligheden

Met de zaligsprekingen, zoals wij ze in Lucas hebben gelezen, moeten wij zeer voorzichtig omgaan. Wij zijn geneigd ze te gebruiken op een manier, die Jezus zelf niet bedoelde. Het is fout als wij de mensen feliciteren als zij arm zijn, honger lijden of wenen. Als we de hemel gebruiken om het lijden van nu te compenseren is dat een goedkope troost en nemen we het lijden van de mensen niet ernstig.

Wij mogen ook niet zo maar zeggen: Wee u, rijken, wee u, die nu lachen, die nu geprezen worden; ook rijkdom, vreugde en eer, kunnen gaven van God zijn.

Jezus spreekt over een levenshouding die haaks staat op ons denken en doen. Jezus wil de rijke mensen waarschuwen, hen wegroepen uit hun geslotenheid, weg uit hun overtuiging dat alles te kopen is met geld. Er zijn dingen die de mens niet kan kopen met geld en die toch levensnoodzakelijk zijn; liefde, gezondheid, het ware geluk. Elk leven kent zijn zorg, onmacht, ziekte en lijden waartegenover geld onmachtig is. Daarom zegt Jezus tot de rijken: "Als jullie je opsluiten in rijkdom, daar alles van verwachten,

zijn jullie eenzaam, ziende blind, rijk maar ongelukkig". En wat zegt Jezus tot de armen? Jezus troost de armen, niet met hun te wijzen op een gelukkig hiernamaals. Honger, armoede, onderdrukking keurt Hij zeker niet goed, maar Hij noemt deze mensen zalig, omdat ze een stap dichter staan bij de levenshouding die Jezus verkondigt. Zij moeten zich niet meer losmaken uit hun zelfzekerheid en zelfgenoegzaamheid zoals de rijken. In die zin hebben ze al een stapje voor, op voorwaarde dat ze zich niet laten bekoren om ook hun heil te gaan zoeken in geld en macht. In zijn zaligsprekingen en weeroepen gaat het Jezus niet om wie nu rijk of arm is, maar om een menselijke samenleving, waarin niet de rijkdom, de macht en de grootheid de spelregels aangeven, maar gerechtigheid, vredelievendheid en barmhartigheid. Het gaat Jezus heel bewust om een verandering van de maatschappij. De zaligsprekingen roepen ons op tot weerstand en verzet, om bevrijding te melden, om ons in te zetten voor de vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping.

Klinken deze woorden niet utopisch in onze moderne samenleving waar toch alles gaat om prestatie, aanzien en geld? Is het geen nieuwe strijd van de kleine David tegen de reus Goliath? Toch is het Rijk Gods aanwezig, soms klein en hopeloos. Het is nog maar een gooien met steentjes naar de geharnaste reus. Dit mag ons echter niet ontmoedigen; met Gods hulp kan hier precies gebeuren wat toen gebeurde met David. Hij heeft de reus onthoofd met zijn eigen zwaard.