BEZINNING BIJ DE ZESDE ZONDAG DOOR HET JAAR.

 

Als gij wilt...

 

Een melaatse ontmoet Jezus. De zieke heeft de plicht om `onrein' te roepen en te blijven staan wanneer mensen naderen. Hij smeekt Jezus: "Als Gij wilt kunt Gij mij reinigen". Jezus doet iets ongewoons: Hij steekt zijn hand uit, raakt de man aan en zegt: "Ik wil, word rein", en de melaatse wordt rein en kan weer terugkeren naar zijn familie. Hij wordt weer opgenomen binnen de gemeenschap. Dit verhaal geeft ons een voorbeeld hoe God voor alle mensen wil zijn. Jezus heeft aandacht voor ieder mens. Hij kent geen grenzen en geen uitsluiting, maar alleen opname, aanvaarding, wie het ook zij, zelfs tegen de wetten in.

Melaatsheid bestaat er nog altijd. Letterlijk en figuurlijk. Ook in onze moderne tijd zijn er melaatsen. Mensen die uitgesloten worden: de Aids-patiënten, de homofielen, de vreemdelingen, de bejaarden, ook mensen die men in de stations en op de pleinen ziet liggen in schamele kleren en met een fles in. de hand. In Latijns Amerika worden zij verbannen naar de krottenwijken. Een derde deel van de wereldbevolking is er slachtoffer van. Melaatsheid kun je ook de schuldenlast noemen die weegt op de armste landen, die uitgesloten worden van een menswaardige levensstandaard.

De moderne melaatsen, uitgestoten als ze zijn, roepen ons toe: als jullie het willen kunnen jullie ons genezen. Laat ons binnen jullie gemeenschap.

Wij, christenen, kunnen alleen deze uitsluitingsmechanismen niet afschaffen. De problemen zijn veel te groot en te gecompliceerd om ze met een slogan op te lossen. In onze christelijke vorming werden wij niet gesensibiliseerd om zorg te dragen voor deze uitgestotenen. In ons godsdienstonderricht ging het over de liefde tot God, de zondagsviering, de vergeving van de zonden. Maar over de zorg voor de armen en de inzet voor rechtvaardige structuren voor alle mensen, werd slechts de laatste decennia gesproken. Te laat en heel langzaam groeit het besef dat wij verantwoordelijk zijn voor rechtvaardige wereldstructuren en voor de rechten van de mens. Als de miljoenen christenen, die hoofdzakelijk in de rijke landen wonen, zich daadwerkelijk daarvoor zouden inzetten, zou de wereldeconomie rechtvaardiger en menselijker worden.

"Als jullie willen"... zeggen de uitgestoten mensen. Als wij ons daadwerkelijk daarvoor inzetten leven wij in navolging van Jezus, die de melaatse de hand gaf en hem binnen de mensengemeenschap bracht.

Marcus plaatst de genezing van de melaatse aan het begin van zijn evangelie. Terecht. Want daarmee begint de verlossing, de blijde boodschap. Zonder de aandacht en de zorg voor de armen en misdeelden kunnen wij niet ten volle Eucharistie vieren. Het breken en het delen van het brood moet volgens de opdracht van de Heer verder gaan tot bij de laatste mens die in nood is. Is Jezus niet gestorven voor alle mensen? Wij, als enkeling, kunnen de materiële nood niet oplossen, maar wat wij samen wel kunnen is een sfeer van verzoening, barmhartigheid en mededogen scheppen, en dan zal Jezus wel zorgen dat het wonder gebeurt.