BEZINNING BIJ DE ZESENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR.
LAZARUS VOOR DE DEUR
Deze parabel is op zich zo duidelijk dat hij geen verdere verklaring nodig heeft. Een leven dat alleen bezorgd is om zichzelf en alleen maar naar zichzelf kijkt, is een mislukt leven.
Deze boodschap is niet nieuw. In de wet van Mozes was de zorg voor de noodlijdende al een eerste plicht. Ook de profeten hebben het telkens herhaald: Gods gerechtigheid vraagt gerechtigheid van de mensen. Godsdienst, zo leerden ze, die de blik op de medemensen afsluit is pure lippendienst. Elke mens moet er zorg voor dragen dat geen medemens in nood tekort wordt gedaan. Jezus verkondigt eenzelfde boodschap met een duidelijkheid die elke twijfel en elke verontschuldiging uitsluit. Godsdienst zonder mensen dienst bestaat niet. Vroomheid, die alleen om zichzelf cirkelt, blijft inbeelding. Elke gave van God is ook een opgave voor de mens. Als God zich zo inzet voor de mens, dat Hij zijn enige Zoon niet gespaard heeft, hoe zouden dan zij, die Hem willen volgen, de ogen kunnen sluiten voor de nood van de mensen. Jezus maakt ons duidelijk dat datgene wat wij doen of niet doen, betrekking heeft op de eeuwigheid. De afstand die tussen de rijke vrek en de arme Lazarus is gegroeid, omdat de rijke de arme letterlijk links liet liggen, wordt op het einde een wijde kloof, die niet te overbruggen is. De verplichting om de mens in nood te helpen kan men niet van zich afschuiven door te zeggen: God zal hem wel helpen of, zo streng zal de goede God voor mij niet zijn. Wat Jezus hier leert raakt de diepste kern van ons geloof.
Hij spreekt het diepste in ons aan. Als God liefde is, als zijn wezen zorg om mensen is, worden wij opgeroepen om precies hetzelfde te doen. Als wij ons ikzuchtig afsluiten voor de nood van de mensen dan verliezen wij elk levend contact met God. Het gaat hier niet om een God die beledigd is omdat wij één van zijn geboden niet onderhouden. Neen, het gaat hier om de diepste werkelijkheid van ons leven, in en met God. Het geheim van het goddelijk leven is onafscheidelijk het geheim van ons eigen menselijk leven geworden.
Is het u niet opgevallen dat de rijke uit het evangelie, die de nood van zijn medemens niet wilde zien, geen naam heeft "er was eens een rijk man" terwijl de arme bij de poort "Lazarus" heette, "God helpt". De rijke had gemakkelijk Lazarus kunnen helpen maar daar dacht hij zelfs niet aan. Zijn eigen verzadigd-zijn had hem zozeer de ogen gesloten dat hij geen geweten meer had. Begrijp je nu de woorden van Jezus: "hoe moeilijk is het voor een rijke om het rijk Gods binnen te gaan?" Jezus kent onze samenleving, onze consumptiemaatschappij van genieten en voldaan zijn. Hij heeft ook weet van de armen voor onze deur. Hij kent ze zelfs bij naam. Jezus waarschuwt ons zijn boodschap ernstig te nemen om niet in de situatie van de rijken terecht te komen.