BEZINNING BIJ DE ZEVENDE ZONDAG DOOR HET JAAR.

 

Bemin uw vijanden
Als Jezus slechts het eerste woord van dit evangelie had uitgesproken: "Bemin uw vijanden, doe wel aan die u haten", zouden wij Hem daarom alleen al een verlosser van de wereld kunnen noemen. Want door de vervulling van dit gebod worden wij verlost van het ergste kwaad: de haat!
Maar is deze oproep van Jezus realistisch, gaat dit gebod onze menselijke krachten niet te boven? Kan Jezus zoiets van ons verwachten: dat wij onze vijanden liefhebben, goed zijn voor die ons haten, hen zegenen in plaats van ze te vervloeken, voor hen bidden in plaats van terug te slaan?
Wat Jezus ons vraagt is zeer veel, maar het tegendeel doen ware een ramp. Haten, vloeken, vervloeken, terugslaan, oordelen en veroordelen in een maatschappij die zo leeft is liefde uitgesloten, daarin kan niemand vredevol leven. We zien toch dagelijks waartoe haat leiden kan, hoe hele volkeren elkaar uitmoorden, hoe families elkaar bekampen en enkelingen elkaar de duivel aandoen... Het moet anders kunnen. Jezus zegt: "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet". Doe niet mee met het duivels spel van slaan en nog harder terugslaan, alleen dan, kan de weg naar de vrede misschien mogelijk worden.
De weg naar de vrede is steeds een weg van kleine stappen. Vooreerst is er de weg van vergelding. Met het oude 'oog om oog en tand om tand', daarmee kom je in een duistere kringloop terecht. Je bevrijdt de ander niet van zijn boosheid en blijft zelf de gevangene van zijn haat. Als je de ander niet wilt vergeven of vertrouwen verlies je de vrede in je eigen hart. Je wordt bitter.
Dan is er de weg van vergeten: "Zand erover, draai die bladzijde maar om". En ook dan gebeurt er niets. Niets bij jezelf, niets bij de ander. De wrok blijft als een smeulend vuur verder branden en kan elk ogenblik weer oplaaien. Tenslotte is er de weg van verzoening, van vergeving. Door te vergeven wordt de vijand een vriend, de duisternis weer licht. Nooit is een mens meer beeld van God dan wanneer hij onvoorwaardelijk vergeeft. De liefde vindt haar voltooiing in de vergeving. Zeg niet: dat kan ik niet! Wat God in dit evangelie van ons vraagt, wil Hij zelf ons schenken. Het is de liefde van God die uitgestort is in ons hart die dit mogelijk maakt. God zelf wil u bekleden met de mantel van de liefde maar de vraag blijft: Wil ik die echt dragen?.