BEZINNING BIJ DE ZEVENDE ZONDAG DOOR HET JAAR.

 

Macht om zonden te vergeven

 

Het genezingsverhaal dat we in het evangelie hoorden is heel bijzonder, omdat deze genezing gekoppeld wordt aan de macht van Jezus om zonden te vergeven. In dit optreden van Jezus wordt de basis gelegd voor de boetepraktijk van de christenen. En er is meer dat ons tot deze boetepraktijk inspireert. Heeft Jezus tijdens zijn openbaar leven niet telkens weer tollenaars en zondaars met God verzoend? Juist in de zorg voor zondige en gebroken mensen, heeft Jezus duidelijk gemaakt hoe God denkt en handelt. Jezus was vol vreugde om het vinden van hetgeen verloren was. Hij was vol liefde, en zoals een vader voor zijn teruggekeerde zoon, genadevol voor mensen die langs de weg lagen. Hij doorbrak alle barrières door tafelgemeenschap te houden met tollenaars en zondaars.

De Farizeeën ergerden zich over Jezus' optreden. "Wie anders kan zonden vergeven dan God alleen?". Daarom stelt Jezus hun de vraag: "Wat is gemakkelijker tot de lamme te zeggen: uw zonden zijn u vergeven, of sta op, neem uw bed en wandel?". Ieder mens - toen en nu - zou antwoorden: "natuurlijk zonden vergeven". Maar met de bijgedachte: dat kan niemand controleren. Daarom bewijst Jezus zijn macht door het moeilijkste te doen. Als bewijs dat Hij ook de macht heeft om zonden te vergeven, geneest Hij de lamme.

 

Het is opvallend dat Jezus tot die lamme niet eerst zegt: "sta op", want dit was de eerste vraag van de lamme. Maar Jezus zegt: "uw zonden zijn u vergeven". Jezus bewijst daarmee dat de vergeving van zonden veel meer waarde heeft dan elke lichamelijke genezing. Jezus wil niet op de eerste plaats geneesheer zijn, maar verlosser. Vergeving van de zonden is de kern van zijn Blijde Boodschap. En iedereen heeft vergeving nodig.

In dit evangelie staat er nog iets zeer opmerkelijks. Vier mannen dragen de lamme om hem voor Jezus te brengen. Hun geloof is zo groot dat zij zelfs het dak openbreken om de lamme voor de voeten van Jezus neer te laten. Er staat in de tekst: "Toen Jezus hun geloof zag zei Hij tot de lamme: "Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven". Op basis van het geloof van de vrienden geneest Jezus de lamme. Vergeving van zonden gebeurt altijd binnen een gelovige gemeenschap. Zo bidden wij nu ook nog telkens in de Eucharistie: "Sla geen acht op onze zonden, maar op het geloof van deze gemeenschap".

Dit evangelie heeft een bijzondere boodschap voor deze tijd. Wij geloven niet meer in een Jezus die wetten voorschrijft, of die wonderen doet. Wij zien Jezus liever in gezelschap van iemand die opkomt voor sociale gerechtigheid, bij mensen aan de rand van de maatschappij. Dat mag, maar wij mogen niet vergeten dat Jezus gekomen is om zondaars te redden. Wij mogen de werkelijkheid van de zonden in ons leven en in onze maatschappij niet wegpraten, niet verdoezelen. Omwille van de vergeving van de zonden is Jezus onze Redder geworden. Ook wij moeten de mensen, verlamd door de zonden, trachten bij Jezus te brengen. Dat is het begin van het heil, ook nu nog in deze tijd.